Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 april 2019 met 15 producties,
- de mondelinge behandeling van 25 april 2019, met de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
De stichting Jah-Jireh verhuurde een woonruimte in een verzorgingstehuis aan [gedaagde]. Vanaf medio februari 2019 ontving Jah-Jireh klachten over vermeende overlast door [gedaagde]. Tevens ontstond een huurachterstand van ruim zeven maanden.
Jah-Jireh vorderde in kort geding ontruiming van de woning binnen drie dagen, een locatie- en contactverbod en het staken van overlast. [gedaagde] betwistte de overlast en erkende de huurachterstand.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand een ernstige tekortkoming vormt die ontruiming rechtvaardigt, maar stelde de termijn op veertien dagen. Van overlast is in deze procedure onvoldoende vastgesteld, zodat het locatie- en contactverbod werd afgewezen. De kosten van de procedure werden aan [gedaagde] opgelegd.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming van de huurwoning binnen veertien dagen en wijst het locatie- en contactverbod af.