ECLI:NL:RBLIM:2019:4940
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing op beroep verschoningsrecht in strafzaak met moordverdachte en camerabeelden
De zaak betreft een strafrechtelijk onderzoek naar een verdachte die wordt verdacht van het beroven van drie personen van het leven in mei 2019. De verdachte was vrijwillig opgenomen bij de instelling Mondriaan, maar wist meerdere keren te ontsnappen. De officier van justitie vorderde camerabeelden van de afdeling waar de verdachte verbleef om vast te stellen in welke kleding en met welke spullen de verdachte aanwezig was.
Mondriaan overhandigde de camerabeelden, maar de geneesheer-directeur deed later een beroep op het verschoningsrecht om afgifte van deze beelden te voorkomen. De rechter-commissaris moest beoordelen of dit recht doorbroken kon worden vanwege het belang van het strafrechtelijk onderzoek.
De rechter-commissaris oordeelde dat het verschoningsrecht in beginsel geldt, maar dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die het belang van de waarheidsvinding laten prevaleren. Het feit dat het algemeen bekend is dat de verdachte hulp zocht bij Mondriaan en dat het belang van het onderzoek groot is, rechtvaardigt het doorbreken van het verschoningsrecht. Beelden van andere patiënten worden afgeschermd en onherkenbaar gemaakt.
De beslissing betekent dat de camerabeelden gebruikt mogen worden voor het strafrechtelijk onderzoek, ondanks het beroep op het verschoningsrecht door de geneesheer-directeur. Tegen deze beslissing kan binnen veertien dagen een klaagschrift worden ingediend.
Uitkomst: Het beroep op het verschoningsrecht wordt doorbroken vanwege het belang van de waarheidsvinding, waardoor de camerabeelden gebruikt mogen worden in het strafrechtelijk onderzoek.