Uitspraak
1.[verzoeker sub 1] , wonend te [woonplaats verzoeker sub 1] ,
[verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats verzoeker sub 2] ,
[A.]en
[B.],
Rechtbank Limburg
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die als kantonrechter optrad in hun civiele procedure. Het verzoek was gebaseerd op drie beslissingen van de rechter: het niet toelaten van een eisvermeerdering, het annuleren van een geplande mondelinge behandeling en het honoreren van een verzoek om uitstel zonder wederhoor.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter slechts kan worden gewraakt indien sprake is van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid. Daarbij geldt dat tussenbeslissingen in principe geen grond voor wraking kunnen vormen, tenzij de motivering ervan niet anders kan worden uitgelegd dan als blijk van vooringenomenheid.
Na beoordeling van de aangevoerde gronden concludeerde de wrakingskamer dat deze uitzonderingssituatie niet van toepassing was. De bewoordingen en beslissingen van de rechter duidden niet op enige vorm van partijdigheid. Het verzoek werd daarom afgewezen en de beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.