Uitspraak
1.Het procesverloop
- de voormalige pleegouders, als informant.
2.De feiten
3.Het verzoek en verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De minderjarige is bij beschikking van 4 juni 2018 onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling (GI) tot 4 juni 2019. Tevens is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 4 maart 2019, later verlengd tot 4 juni 2019, gelijktijdig met de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzocht op 19 april 2019 om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg, omdat de thuissituatie van de minderjarige onveilig en verwaarlozend zou zijn en er onvoldoende duidelijkheid is over een mogelijke thuisplaatsing bij de ouders. De moeder en vader waren het niet eens met het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing alleen mogelijk is indien ook de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Omdat geen verlenging van de ondertoezichtstelling is verzocht en deze eindigt op 4 juni 2019, kan de machtiging niet worden verlengd. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De beschikking is uitgesproken door kinderrechter M.T.A.C. Russel op 13 mei 2019 en op 23 mei 2019 schriftelijk vastgelegd. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen omdat geen verlenging van de ondertoezichtstelling is verzocht.