Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de akte houdende overlegging van producties 1 tot en met 15 en aanvulling van gronden
- de incidentele vordering tot voeging (art. 217 Rv Pro) van Van Driel
- het productieoverzicht met productie 1 van Omnibuzz
- de producties 1 en 2 van Van Driel, toegezonden bij brief van 6 juni 2019 van de advocaat
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van Omnibuzz
- de pleitnota van Van Driel.
2.De feiten
Milieueisen voertuigen, duurzaamheid
Transitiefase (...)
Milieu en Duurzaamheid (…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
aanzienlijkeof
voortdurendetekortkomingen, (ii) bij de uitvoering van een
wezenlijkvoorschrift, (iii) van een
eerdere overheidsopdracht, (iv)
ten gevolge waarvandie eerdere overheidsopdracht
vroegtijdig is beëindigdof
schadevergoeding is gevorderd(cursivering door de voorzieningenrechter).
welkeafstemming er dan heeft plaatsgevonden,
welkemededingingsregels als gevolg hiervan zouden zijn overtreden en om
welkereden die beweerdelijke overtreding dan tot uitsluiting van Van Driel zou moeten leiden. Het lag op de weg van [eiseres] om dit te concretiseren, hetgeen zij echter niet heeft gedaan. Gelet hierop is niet aannemelijk geworden dat Omnibuzz Van Driel op grond van art. 2.87 lid 1 sub c, sub d en/of sub i Aw 2012 had moeten uitsluiten.
alleactiviteiten en planning daarvan die noodzakelijk zijn om vanaf de startdatum van het vervoer de gestelde en aangeboden kwaliteitseisen te behalen. Het feit dat Omnibuzz al bekend is met de training van het personeel van [eiseres] staat geheel los van de aanbesteding en mag voor Omnibuzz als zodanig geen rol spelen bij de beoordeling van de inschrijvingen, waaronder die van [eiseres] . [eiseres] moet, net als de overige inschrijvers, immers worden beoordeeld op basis van hetgeen zij in haar inschrijving aanbiedt en niet op daarbuiten liggende andere feiten en omstandigheden. Het is bovendien de eigen keuze van [eiseres] om geen tabel op te nemen in haar inschrijving: het stond [eiseres] vrij om dit – binnen het kader van de gestelde maximale vier pagina’s – te doen. Uit al hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd, is niet te concluderen dat er (aperte) procedurele of inhoudelijke onjuistheden kleven aan de beoordeling door Omnibuzz van de inschrijving van [eiseres] .
nietis meegenomen in de beoordeling (conform productie 3 dagvaarding, antwoord 68 in de Nota van Inlichtingen). In zoverre berust de stelling van [eiseres] dan ook op een verkeerde lezing. Voorts heeft Omnibuzz voldoende aannemelijk gemaakt dat de ene app de andere niet is en dat de inzet van een app bij elk perceel op eigen merites is beoordeeld. Gelet hierop is niet aannemelijk geworden dat de aanbestedingsprocedure niet transparant is verlopen of dat er innerlijke tegenstrijdigheden bij de beoordeling waren die nopen tot een heraanbesteding.