Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De beslissing
4 juli 2019.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde de zaak van een 52-jarige verdachte uit Klimmen die werd verdacht van het medeplegen van valsheid in geschrifte en oplichting van de gemeente Heerlen. De tenlastelegging betrof het samen met anderen opmaken van twee valse facturen en het oplichten van de gemeente door het indienen van deze facturen voor niet verrichte werkzaamheden.
De officier van justitie stelde dat de feiten bewezen konden worden verklaard, verwijzend naar verklaringen van getuigen en medeverdachte, en stelde dat de verdachte bewust was van het privégebruik van een gehuurde minigraver. De verdediging voerde aan dat de verdachte slechts parafeerde en handelde in de overtuiging dat het om gemeentewerkzaamheden ging, zonder wetenschap van privégebruik, en dat er geen nauwe samenwerking of opzet kon worden vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat hoewel de facturen onterecht privé-uitgaven van een ambtenaar bij de gemeente in rekening brachten, er onvoldoende concreet en betrouwbaar bewijs was dat de verdachte hiervan op de hoogte was of medepleegde. De verklaring van de medeverdachte was onvoldoende betrouwbaar en het overige bewijs richtte zich vooral op administratieve afwikkeling zonder aanwijzingen voor wetenschap of opzet.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten van valsheid in geschrifte en oplichting. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 4 juli 2019 te Maastricht.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken van het medeplegen van valsheid in geschrifte en oplichting wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en opzet.