Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
WOONSTICHTING ZAAM WONEN,
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding met acht producties;
- de conclusie van antwoord met 14 producties;
- het proces-verbaal van comparitie van 3 mei 2019.
2.De feiten
De eigenaar van [adres] te [plaats] hebben besloten (…) tot verkoop van hun woning over te gaan conform de in de eigendomsakte gemaakte afspraken.
Ik denk dat [naam makelaar] (…) de meest passende keuze is en de familie [eisers] is op (…) 17 mei en (…) 18 mei beschikbaar. (…).”.
Uw verzoek is doorgezet naar [naam makelaar] met het verzoek om via u contact op te nemen met de bewoners van de [adres] voor de taxatie. (…)
Meneer [eiser sub 1] geeft aan dat hij graag wil weten waar hij aan toe is. We hebben 3 maanden geleden aangegeven dat de familie graag hun huis wil verkopen en tot op heden geen enkel concreet antwoord mogen ontvangen. (…)
Naar de mening van cliënte kan de verkoop nu vlot worden geregeld.”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
niet of niet behoorlijk nakomt, dan wel handelt in strijd met deze verplichting”. Nu de stichting de woning heeft teruggekocht, kan niet worden gezegd dat de stichting de terugkoopverplichting niet is nagekomen.
“Er zijn fixe boetes vastgelegd die van toepassing zijn bij het niet nakomen van de afspraken echter zullen we daar alsnu nog geen invulling aan geven echter behoud verkoper zich dit recht wel toe.”. Dit laat zich niet anders uitleggen dan dat [eisers] indien de eerder genoemde veertien dagen zijn verstreken zonder dat de gevraagde duidelijkheid is verschaft, nog niet door dit enkele verstrijken van die 14 dagen de boete zullen opeisen. Met andere woorden: de stichting wordt met die woorden er alleen nog maar aan herinnerd dat er een boeteclausule bestaat.