Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juli 2019 in de zaak tussen
[pluimveehouder], te [woonplaats], vergunninghouder (gemachtigde: mr. J.J.J. de Rooij).
Procesverloop
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
In deze bestuursrechtelijke bodemzaak staat de omgevingsvergunning centraal die is verleend voor het veranderen van een pluimveehouderij, specifiek het verplaatsen van ventilatoren van de achterzijde naar de voorzijde van de luchtwasser en het aanpassen van emissiepunten in stal AA.
Eisers betoogden dat door deze wijzigingen de uitstroomsnelheid van de stallucht zou afnemen, waardoor geur- en fijnstofoverlast zou toenemen. Zij onderbouwden hun bezwaren met foto’s van zichtbare wolken en het schoonmaken van zonnepanelen, en stelden dat het luchtwassysteem niet meer optimaal zou functioneren. Tevens voerden zij aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door hun zienswijzen pas na het besluit te melden.
De rechtbank overwoog dat de zienswijzennota tijdig is meegewogen bij het besluit, en dat de berekeningen van de geurbelasting, fijnstof en ammoniakdepositie, gecontroleerd door de Regionale Uitvoeringsdienst, geen overschrijding van normen lieten zien. De vermeende zichtbare wolken zijn volgens de rechtbank te verklaren als gecondenseerde waterdamp en zeggen niets over de uitstroomsnelheid. Eisers leverden geen deskundigenrapport ter onderbouwing van hun stellingen. De rechtbank ziet daarom geen reden om het besluit te vernietigen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.