Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2019 in de zaken tussen
[naam eiser sub 1] , te [woonplaats] , eiser in zaak 19/1443 en derde-partij in zaak 19/1492,
Procesverloop
Overwegingen
Wij gelasten u om te voldoen aan:
terrein bestemd voor het parkeren van voertuigen”. In artikel 3.1 sub d van de planregels is geregeld dat het parkeren uitsluitend ter plaatse van die aanduiding mag plaatsvinden.
uitsluitendparkeren of
uitsluitendeen parkeerterrein is toegestaan. Het voorgaande betekent dat ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ naast parkeren, ook het overige gebruik dat algemeen binnen de horecabestemming is toegestaan, mag plaatsvinden. Wat betreft dat toegestane gebruik is van belang dat in artikel 3.5.1 van de planregels is aangegeven dat gebruik van gronden voor opslagdoeleinden, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik, in strijd is met het bestemmingsplan.
fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens”. Het gedurende langere tijd stallen van een caravan kan gelet op het voorgaande niet worden aangemerkt als parkeren en moet daarom worden aangemerkt als opslag.
een voor publiek toegankelijke buitengelegen ruimte, welke ten dienste staat van een horeca-inrichting, ingericht met (tuin)meubilair op verharde ondergrond en waar gasten/klanten van de horeca-inrichting eten en drinken kunnen nuttigen”. Deze definitie bevat diverse elementen die naar het oordeel van de rechtbank alle aanwezig moeten zijn, om te kunnen spreken van een terras in de zin van het bestemmingsplan. Dat betekent volgens de rechtbank dat de omvang van het terras niet alleen kan worden bepaald op basis van de verharde ondergrond (grotendeels vlonderverharding en een kleiner deel klinkerverharding), maar dat ook moet worden gekeken welk gedeelte van deze verharding is ingericht met (tuin)meubilair. Dat dit meubilair op een vlonder (en deels op klinkerverharding) met grotere afmetingen staat, die een looproute om het terras heen mogelijk maakt, doet daar niet aan af. Het verharde oppervlak had immers nog veel groter kunnen zijn en kan daarom op zichzelf niet bepalend zijn voor de oppervlakte van het terras. Terzijde overweegt de rechtbank dat als dit grotere deel van de verharding ook zonder (sta)tafels en/of stoelen duidelijk kenbaar als terras zou worden gebruikt door staand publiek, weliswaar formeel niet zou worden voldaan aan de definitie van ‘terras’ in het bestemmingsplan, maar dat dit op basis van een redelijke uitleg van het bestemmingsplan dan wel tot het terras zou kunnen worden gerekend. Daarvan is echter niet gebleken en gezien de aard van de horecagelegenheid ligt dit ook niet voor de hand. Niettemin kan eventuele onduidelijkheid op dit punt worden voorkomen door de buitengrenzen van het terras ook fysiek kenbaar te maken, bijvoorbeeld door een afscheiding met palen en touwen zoals eiser sub 1 inmiddels heeft gedaan.
een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren, op de begane grond, die ter plaatse dienen te worden genuttigd. Daaronder worden onder andere begrepen: automatiek, broodjeszaak, croissanterie, koffiebar, lunchroom, ijssalon, tearoom, traiteur, bistro, snackbar, cafetaria, restaurant en ijsboerderij”. ‘IJsboerderij’ is in artikel 1.35 gedefinieerd als: “
specifieke vorm van horeca ter plekke van een voormalige agrarische bedrijfslocatie waarbij in hoofdzaak ijs en daarnaast ondergeschikt (kleine) gerechten worden verstrekt”. ‘(Kleine) gerechten’ zijn in artikel 1.39 gedefinieerd als: “
afzonderlijke gerechten, niet zijnde maaltijden”. ‘Maaltijden’ zijn gedefinieerd als “
een geheel van warme gerechten, hetwelk tenminste bestaat uit de volgende drie niet met elkaar vermengde bestanddelen ('driecomponentenmaaltijd'): • vlees, vis, gevogelte, of wild (eventueel te vervangen door andere bestanddelen, in het geval van een vegetarisch restaurant); • groente; • aardappelen, rijst of meelspijzen”.
Beslissing
- verklaart het beroep van eiser sub 1 gegrond voor zover dat ziet op de last tot het aanpassen van het terras;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de last tot het aanpassen van het terras;
- draagt verweerder op met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar;
- verklaart het beroep van eiser sub 1 voor het overige ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eiser sub 1 te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser sub 1 tot een bedrag van € 1.024,-.
- verklaart het beroep van eisers sub 2 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de afwijzing van het verzoek om handhaving;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit in stand blijven voor zover dat ziet op de afwijzing van het verzoek om handhaving tegen de geboden mogelijkheden voor (besloten) groepsbezoek en voor het houden van verjaardagsfeestjes en babyshowers en dergelijke;
- draagt verweerder op met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar voor zover dat betrekking heeft op het verstrekken van buffetten, high tea’s en high wines;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eisers sub 2 te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers sub 2 tot een bedrag van € 1.024,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2019.