ECLI:NL:RBLIM:2019:6692
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet en inbreuk persoonlijke levenssfeer bij belaging personeelsleden
De rechtbank Limburg behandelde de zaak van een verdachte die ervan werd verdacht diverse personeelsleden van een instelling te hebben belaagd door herhaaldelijk telefonisch contact te zoeken en hen te bedreigen en te beledigen.
De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte een inbreuk had gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de personeelsleden en dat er geen opzet was gericht op belaging. De verdachte heeft bekend meerdere keren telefonisch contact te hebben gezocht, maar verklaarde dit te doen om doorverbonden te worden.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van de verdachte niet voldeden aan het wettelijk vereiste voor belaging zoals bedoeld in artikel 285b Sr, omdat geen sprake was van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en geen opzet op belaging was vastgesteld.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van het tenlastegelegde. Het vonnis werd uitgesproken op 19 juli 2019 door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg te Maastricht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet en geen inbreuk op persoonlijke levenssfeer bij belaging.