Uitspraak
4.De rechtbank overweegt als volgt.
9.Het beroep is ongegrond.
10.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2019.
Rechtbank Limburg
Eiser, sinds 1994 in dienst bij het Waterschap Peel en Maasvallei, onderging een verbetertraject vanwege zorgen over zijn functioneren. Ondanks verlenging van dit traject tot oktober 2015 en meerdere evaluaties, bleef zijn functioneren onvoldoende. Verweerder stelde dat geen van de vier verbeterpunten structureel was verbeterd.
Eiser voerde aan dat zijn medicijngebruik (antidepressiva) mogelijk invloed had op zijn functioneren, ondersteund door medische verklaringen. De rechtbank oordeelde echter dat het causaal verband niet was aangetoond en dat ook de bedrijfsarts geen eenduidige conclusie trok. Bovendien was in de praktijk geen wezenlijke gedragsverandering waargenomen.
De rechtbank toetste de beoordeling van verweerder en vond deze op voldoende gronden gebaseerd, conform vaste jurisprudentie. De negatieve beoordeling en het beëindigen van het dienstverband werden als terecht beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de onvoldoende beoordeling en het ontslag is ongegrond verklaard.