Uitspraak
4.De rechtbank overweegt als volgt.
8.Het beroep is ongegrond.
9.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2019.
Rechtbank Limburg
Eiser, werkzaam als Senior Tactische Opsporing (STO) bij Politie Limburg, verzocht op 7 februari 2017 om plaatsing in de functie operationeel specialist A (OSA), welke hij sinds 1 juni 2013 tijdelijk vervulde. Verweerder wees dit verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing dat eiser in overwegende mate voldoet aan de niveaubepalende elementen van de OSA-functie. Het bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard.
Eiser betoogde dat zijn werkzaamheden overeenkomen met die van de OSA, met name op het gebied van telecomspecialisatie, praktijkinzet en deskundigheidsoverdracht. Hij voerde aan dat de beleidsinzet te ruim werd geïnterpreteerd door zijn leidinggevende. Tevens stelde hij dat een collega met vergelijkbare werkzaamheden wel werd gematcht met de OSA-functie.
De rechtbank oordeelde dat het verschil tussen STO en OSA vooral ligt in de beleidsinzet, waarbij eiser slechts gedeeltelijk aan deze kern van de functie voldeed. Eiser had zijn stellingen onvoldoende met stukken onderbouwd. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de collega op een hoger niveau functioneerde. Gelet op de functiebeschrijvingen en de Raaf-regeling was de afwijzing terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing in de functie operationeel specialist A wordt ongegrond verklaard.