Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
kantoorhoudende te Roermond.
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
poging doodslag
6.De strafbaarheid van de verdachte
- bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een normoverschrijdende gedragsstoornis. De gebrekkige ontwikkeling bestond ten tijde van het ten laste gelegde en de stoornis beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het feit;
- vanuit de persoonlijkheidsopmaak van de verdachte er geen redenen zijn om het ten laste gelegde in een verminderde mate aan hem toe te rekenen. Met name de bij de verdachte geconstateerde antisociale cognities lijken een rol te hebben gespeeld bij het plegen van het feit. De verdachte wist dat hij iets deed wat niet mocht. Toch toont hij weinig berouw en vindt hij zijn handelen gerechtvaardigd gezien de agressieve houding van het slachtoffer;
- het risico op terugkerend gewelddadig gedrag hoog is. Belangrijke risicofactoren zijn de geringe opvoedingsvaardigheden van de moeder, het gemak waarmee de verdachte geweld inzet als oplossing voor conflicten, zijn neiging om ten onrechte vijandige bedoelingen bij anderen te zien en zich snel uitgedaagd voelen. Ook spelen mee het gebrek aan empathie en berouw en het ontbreken van inzicht in zijn problematiek.
7.De straf
2 jaren en onder de bijzondere voorwaarden zoals die door de Raad voor de Kinderbescherming zijn geadviseerd. Verder heeft de officier van justitie gevorderd op te leggen een taakstraf in de vorm van de leerstraf TACt Plus voor de duur van 35 uren, subsidiair 17 dagen jeugddetentie. Tot slot heeft zij verzocht het geschorste bevel voorlopige hechtenis op te heffen.
31 oktober 2018, waaruit blijkt dat de verdachte nooit eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
27 december 2018.
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
jeugddetentie van 100 dagenwaarvan
55 dagen voorwaardelijk;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijk deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een
stelt als algemene voorwaarden dat de verdachtezich voor het einde van de proeftijd
stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte
melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 17 dagen;
[slachtoffer]niet-ontvankelijk in zijn vordering;