Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 augustus 2019 in de zaken tussen
18 830: [eiser 1] , te [woonplaats] ,
18 1112: [eiser 2] , te [woonplaats] ,
18 1113: [eiser 3] , te [woonplaats] , hierna gezamenlijk te noemen: eisers,
het college van Gedeputeerde Staten van Limburg, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten voor zover daarbij is geweigerd eisers een tegemoetkoming in planschade toe te kennen als gevolg van het PIP BPL voor zover de schade voortvloeit uit de aanleg van de buitenring;
- herroept het primaire besluit 1 voor zover daarbij is geweigerd aan [eiser 1] een tegemoetkoming in planschade te verlenen, bepaalt dat verweerder aan [eiser 1] als tegemoetkoming in planschade als gevolg van de aanleg van de buitenring een bedrag van € 3.050,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag tot aan de dag van algehele voldoening, dient te vergoeden en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit 1;
- herroept het primaire besluit 2 voor zover daarbij is geweigerd aan [eiser 2] een tegemoetkoming in planschade te verlenen, bepaalt dat verweerder aan [eiser 2] als tegemoetkoming in planschade als gevolg van de aanleg van de buitenring een bedrag van € 3.900,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag tot aan de dag van algehele voldoening, dient te vergoeden en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit 2;
- herroept het primaire besluit 3 voor zover daarbij is geweigerd aan [eiser 3] een tegemoetkoming in planschade te verlenen, bepaalt dat verweerder aan [eiser 3] als tegemoetkoming in planschade een bedrag van € 5.900,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag tot aan de dag van algehele voldoening, dient te vergoeden en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit 3;
- draagt verweerder op de door eisers betaalde griffierechten van € 170,00 (elk) aan
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2019.