ECLI:NL:RBLIM:2019:7840

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 augustus 2019
Publicatiedatum
27 augustus 2019
Zaaknummer
7973156 CV EXPL 19-5541
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • E.P. van Unen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:438 BWArt. 1:441 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woonruimte na einde huurovereenkomst en huurachterstand

De huurders hadden een huurovereenkomst met Maasvallei voor een woning aan een adres te [woonplaats], waarbij sinds 2016 sprake was van huurachterstand. De huurovereenkomst eindigde op 10 april 2018, waarna de huurders een andere woning betrokken, maar de oorspronkelijke woning niet ontruimden en de sleutels niet inleverden.

In augustus 2018 werd een bewindvoerder benoemd over de goederen van de huurders. Maasvallei vorderde in kort geding ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur. De bewindvoerder erkende de vordering niet, maar verzette zich niet tegen de gevorderde ontruimingstermijn.

De kantonrechter oordeelde dat alleen de bewindvoerder de huurders rechtsgeldig vertegenwoordigt en veroordeelde deze tot ontruiming binnen drie dagen na betekening, betaling van de achterstallige huur vanaf 1 september 2019, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen, betaling van achterstallige huur en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 7973156 CV EXPL 19-5541
Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 27 augustus 2019
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde mr. R.J.V.M. Batta,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VOOR SOCIALE KREDIETVERLENING EN SCHULDHULPVERLENING LIMBURG,
tevens handelend onder de naam
KREDIETBANK LIMBURG,
gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
beiden wonend aan de [adres 1] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij.
Partijen zullen hierna Maasvallei, de bewindvoerder q.q., en de huurders worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 26 augustus 2019.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De huurders hebben met Maasvallei een huurovereenkomst gesloten, waarbij zij van Maasvallei de woonruimte aan de [adres 2] te [woonplaats] hebben gehuurd tegen een huurprijs van € 604,78 per maand. Sinds 2016 is sprake van een huurachterstand.
2.2.
Bij beschikking van 1 augustus 2018 is het bewind uitgesproken over de goederen van huurders. Gedaagde sub 1 is daarbij benoemd tot bewindvoerder.
2.3.
De huurovereenkomst met Maasvallei is geëindigd op 10 april 2018. Huurders hebben van een andere woningstichting een nieuwe woning geaccepteerd. Huurders hebben hun intrek genomen in die andere woning. De woonruimte aan de [adres 2] te [woonplaats] is nog altijd niet leeg opgeleverd en de sleutels zijn nog niet ingeleverd, terwijl ook geen huur wordt betaald.

3.De beoordeling

3.1.
Uitsluitend de bewindvoerder q.q. vertegenwoordigt de rechthebbende (de huurders) krachtens art. 1:438 jo Pro. 441 BW in rechte, ook en met name waar het gaat om de nakoming van verplichtingen uit de huurovereenkomst. Enige veroordeling in dit vonnis kan dan ook slechts tegen de bewindvoerder q.q. worden uitgesproken.
3.2.
Het spoedeisende belang vloeit voort uit de aard van de zaak: Maasvallei heeft er recht op en spoedeisend belang bij om het (voormalige) gehuurde te kunnen laten ontruimen teneinde het opnieuw te verhuren, en bij betaling van de huurprijs tot de ontruimingsdatum. De bewindvoerder q.q. heeft ter zitting, in de persoon van [naam] , de vordering niet weersproken. Zij heeft zich ook niet verzet tegen de ontruimingstermijn zoals die is gevorderd. De vorderingen zullen derhalve worden toegewezen.
3.3.
De bewindvoerder q.q. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Maasvallei worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op:
- dagvaardingsexploot € 107,89
- griffierecht € 486,00
- salaris gemachtigde €
480,00
Totaal € 1.073,89

4.De beslissing

De kantonrechter in kort geding
4.1.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om de woonruimte aan de [adres 2] te [woonplaats] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met alle personen en zaken die zich daar vanwege de bewindvoerder q.q. bevinden, waaronder met name de huurders en hun eigendommen, en de woning onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Maasvallei te stellen,
4.2.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om aan Maasvallei te betalen:
  • € 7.798,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 augustus 2019 tot aan de dag van volledige betaling,
  • € 604,78 voor elke ingegane maand vanaf 1 september 2019 tot aan de dag van de ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de eerste dag van elke maand tot aan de dag van volledige betaling;
4.3.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van Maasvallei tot op heden begroot op € 1.073,89,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken.
NIv