De rechtbank Limburg heeft verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten waaronder acht (gekwalificeerde) diefstallen, heling van een bromfiets en een telefoon, vernieling, twee mishandelingen, bezit en uitgifte van valse bankbiljetten, en het handelen in strijd met een gedragsaanwijzing en opgelegd huisverbod.
Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar verklaard, hetgeen invloed heeft gehad op de strafoplegging. De rechtbank heeft een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd, waarvan een fors deel voorwaardelijk is, en het onvoorwaardelijke deel gelijk is gesteld aan het voorarrest.
Het herstelvonnis corrigeert een kennelijke misslag in het oorspronkelijke vonnis waarbij het voorwaardelijke deel van de straf abusievelijk op 6 maanden was gesteld in plaats van 12 maanden. De rechtbank acht het wenselijk dat het lopende behandeltraject van verdachte niet wordt doorkruist en geeft daarom de voorkeur aan een deels voorwaardelijke straf.
De griffier is opgedragen dit herstelvonnis aan het originele vonnis te hechten en ter kennis te brengen aan verdachte, zijn raadsvrouw en de officier van justitie.