Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] , en
[eiseres sub 2],
Rechtbank Limburg
Eisers zijn sinds november 2018 eigenaar en verhuurder van een pand met een onzelfstandige woonruimte die door gedaagde werd gehuurd op basis van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd, lopend van 1 augustus 2018 tot 31 juli 2019 zonder huurdersbescherming.
Eisers hebben gedaagde meerdere malen aangetekend bericht dat de huurovereenkomst niet wordt verlengd en per 1 augustus 2019 is geëindigd. Gedaagde is echter blijven wonen, omdat zij met haar drie minderjarige kinderen en zus geen alternatieve woonruimte had en pas over zes maanden een nieuwe woning verwacht via een woningcorporatie.
Eisers vorderen ontruiming met machtiging tot inzet van de sterke arm, terugbrengen van de woning in oorspronkelijke staat, betaling van een boete of gebruiksvergoeding en proceskosten. Gedaagde vraagt uitstel van ontruiming in verband met haar gezinssituatie en toekomstige wetswijzigingen.
De kantonrechter wijst de ontruimingsvordering toe met een termijn van 28 dagen na betekening, maar wijst de machtiging tot inzet van de sterke arm af. De overige vorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Er wordt niet geanticipeerd op toekomstige wetgeving. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 28 dagen na betekening met een dwangsom en betaling van proceskosten; machtiging tot inzet van de sterke arm wordt afgewezen.