Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
d.
29 januari 2019
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- het salaris/fiscaal loon van deze medewerker was bij aanvang van de polis € 63.745,-
- de contactpersoon was [medeverdachte 1] , door hem is veelvuldig gebruikt gemaakt van het e-mailadres [e-mailadres 1] ;
- er is een opvallende afwijking van de opgegeven bedrijfsomschrijving (verkoop prefabwoningen en bemiddeling) en die van de K.v.K. (de exploitatie van en handel in registergoederen);
- er was sprake van verschillende schrijfwijzen van de achternaam van de werknemer. In e-mailberichten en declaratieformulieren stond steeds “ [verdachte] ”, terwijl op de salarisstroken “ [verdachte] ” werd vermeld;
- een maand na ingangsdatum werd al uitkering verleend in verband met ziekte van de medewerker (4 augustus 2009);
- de uitkering is overgemaakt op rekeningnummer ING [rekeningnummer 1] ;
- op de overgelegde loonstroken staat vermeld als beroep/functie van [verdachte] : verkoopmedewerker Makelaardij en Bouw en dat hij in dienst is vanaf 1 juli 2009;
- het jaarloon volgens opgave door [naam bv 1] op de eerste declaratie d.d. 21 december 2009 was € 61.490,- in plaats van € 63.745,- conform aanvraag, terwijl begin 2010 het jaarloon plots verhoogd was naar € 70.366,-. Uit de gegevens van [naam bedrijf] (de desbetreffende Arbodienst) echter bleek weer een ander bedrag: € 57.400,- bruto jaarsalaris. Extra opvallend was dan ook het e-mailbericht van 3 mei 2010 van [medeverdachte 1] waarbij hij het jaarloon van [verdachte] stelde op € 77.283,60. In januari 2011 meldde [naam bv 1] weer dat het bruto jaarloon anders was: € 72.013,-;
- op 4 augustus 2011 was de twee-jaar uitkeringstermijn bereikt en werd geen betaling meer gedaan;
- in totaal is een bedrag van € 141.440,68 uitgekeerd op de polis. Op basis van deze dossieranalyse en na kennisname van het rapport van [naam informatiebureau] , een informatiebureau dat op verzoek van Aegon onderzoek deed naar [naam bv 1] , kwam Aegon tot de conclusie dat sprake moest zijn van een frauduleuze schadeclaim. De verzekering is volgens Aegon doelbewust afgesloten om kort daarop een uitkering te verkrijgen. Volgens Aegon is sprake geweest van een fictieve werknemer [verdachte] .
- naar een en/of rekening ING [rekeningnummer 2] : € 38.875,-;
- naar een ING rekening in het buitenland: € 61.500,-;
- naar een rekening van de rechtspersoon [naam bv 2] , waarvan de verdachte enig aandeelhouder/bestuurder was: € 23.850,-;
- een brief van 11 januari 2011 gericht aan [naam bv 1] inzake de verzekering met de mededeling dat de polisdocumenten zijn bijgevoegd;
- een betalingsherinnering van 8 december 2011 gericht aan [naam bv 1] ;
- facturen van de arbodienst [naam bedrijf] gericht aan [naam bv 1] / [medeverdachte 1] en een rapport van [naam bedrijf] .
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- verklaart
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.