Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Inzake slachtoffer [slachtoffer 2] is naar het oordeel van de officier van justitie sprake van een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en dat levert een poging tot zware mishandeling op. De officier van justitie vindt dat er voor de primaire variant, te weten poging moord of doodslag, onvoldoende bewijs voorhanden is.
De rechtbank verwerpt dit verweer om de volgende reden. Om 15:07 komt bij het Operationeel Centrum van de politie een telefonische melding binnen van de achtervolging. Een aantal seconden later knalt de blauwe bestelbus tegen een boom en valt op z’n zijkant. De afstand tussen de plek waar het ongeval heeft plaatsgevonden en de woning van de verdachte bedraagt 5 minuten. De verklaring van getuige [getuige 4] sluit om die reden niet uit dat de verdachte als bestuurder van de tweede bestelbus betrokken is geweest bij het ongeval.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 3.500,-- en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezen verklaarde. Om te beoordelen of, en zo ja tot welk bedrag, de immateriële schade dit een bedrag van € 3.500 te boven gaat, is nader onderzoek nodig. Een dergelijk onderzoek zou echter te veel tijd vergen en zou het strafgeding onevenredig belasten.
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
benadeelde partij [slachtoffer 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting
aan de benadeelde partij te betalen € 3.500,00, te vermeerderen met
de wettelijke rente te berekenen over de periode van 23 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoeningen verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in zijn vordering;
de verplichting op tot betaling aan de Staatten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , van € 3.500,00, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door
45 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
benadeelde partij [slachtoffer 2]gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting
aan de benadeelde partij te betalen € 3.500,00, te vermeerderen met
de wettelijke rente te berekenen over de periode van 23 oktober 2017 tot aan de dag van de volledigevoldoening en verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in zijn vordering;
de verplichting op tot betaling aan de Staatten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 2] , van € 3.500,00, bij niet-betaling en verhaal te vervangen door
45 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- 1 STK Wieldop (Omschrijving: Opel Vivaro)
- 1 STK Knipperlicht
- 1 STK Kentekenplaat (Omschrijving: [kenteken] )
- 1 STK Geluidsapparatuur.