Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 september 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Landgraaf, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Eiseres, eigenaar van een grootschalige bouwmarkt, betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 2016. De waarde moest worden bepaald via de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij partijen het eens waren over het gebruik van het door eiseres verstrekte overzicht van betaalde huur.
Het geschil betrof vooral de hoogte van de kapitalisatiefactor, die afhankelijk is van de herbouwwaarde, onderhoudskosten en vaste lasten. Partijen baseerden zich op verschillende archetypes uit de taxatiewijzer, zonder onderbouwing, waardoor de rechtbank de archetypes uitlegde volgens het normale spraakgebruik. De rechtbank concludeerde dat voor een grootschalige bouwmarkt het type 'Winkel' en archetype 'grootschalige detailhandelsunit' passend is.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit ondeugdelijk was gemotiveerd, in strijd met artikel 7:12 Awb Pro, en vernietigde het. Vervolgens stelde de rechtbank zelf de WOZ-waarde vast op basis van de door eiseres onderbouwde huurwaarde en een herbouwwaarde binnen de juiste bandbreedte. De onderhoudskosten en vaste lasten werden conform de matrix onderhoudskosten aangepast.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. Het beroep werd gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen, waarbij de nieuwe WOZ-waarde in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de WOZ-waarde wordt vastgesteld op basis van een juiste herbouwwaarde en huurwaardekapitalisatiefactor.