Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam],
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding met zes producties;
- de conclusie van antwoord met 15 producties;
- het proces-verbaal van comparitie van 12 augustus 2019.
2.De feiten
Bijgaand ontvangt u de correspondentie welke ik van mevrouw [naam] heb ontvangen. Ik verzoek u de beëindigingsovereenkomst(noot rechtbank: de hiervoor in sub c en d genoemde vaststellingsovereenkomst
) te lezen en mij te berichten of u zich hierin kunt vinden.” Bij e-mailbericht van 23 augustus 2017 (productie 8 conclusie van antwoord) laat [gedaagde] aan [eiser] weten om per ommegaande te reageren op haar e-mailbericht van 21 augustus 2017.
De reden dat er nog niet gereageerd kon worden, is omdat de heer [eiser] nog niet naar mij had gereageerd. Inmiddels heeft de heer [eiser] mij van nieuwe informatie voorzien. Het betreft informatie over zijn afwezigheid op de dag welke voor u de druppel was om hem op staande voet te ontslaan. Hij berichtte mij dat deze afwezigheid van te voren was aangegeven omdat hij die dag een afspraak had voor een behandeling aan zijn rug. Hij heeft hiervoor bewijs aan mij overhandigd. Zulks betekent dat de rechtsgrond voor het ontslag op staande voet is komen te vervallen en met succes in rechte aangevochten zal worden. Ook de rechtsgrond om geen transitievergoeding aan mijn cliënt uit te keren, komt hiermee te vervallen. Omdat u aangegeven heeft niet te willen onderhandelen over een transitievergoeding, blijft enkel de weg naar de rechter open.
Ik wil (…) graag nuanceren. De heer [eiser] had ‘s morgens vroeg een afspraak bij de Arbodienst (8.10 uur) ivm eerdere afwezigheid waar bevestigd werd dat hij aangepast kon werken. Met hem is toen direct afgesproken dat hij naar huis zou gaan om zich om te kleden en het werk zou hervatten tot 12.30 om vervolgens op tijd (14.30) bij zijn afspraak in het ziekenhuis te kunnen zijn. Wij waren dus op de hoogte van zijn afspraak, hebben hem daar ook alle ruimte voor geboden. Ondanks deze afspraak heeft is de heer [eiser] daarna niet op het werk verschenen, nog heeft hij nader bericht of reden van afwezigheid doorgegeven. Dit was ‘de bekende druppel’. Wellicht wilt u op grond hiervan onderstaande nog heroverwegen. (…)”.