Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding d.d. 20 september 2019
- de mondelinge behandeling ter zitting d.d. 30 september 2019.
2.De feiten
Incident dd. 21-08-2019:
Brandstichting
Rechtbank Limburg
De huurder van een appartement in een complex te [woonplaats] wordt verdacht van brandstichting met een molotovcocktail, waarbij schade ontstond aan meerdere woningen in het complex. Daarnaast werd geconstateerd dat de huurder zonder vergunning seksuele diensten aanbood vanuit de woning, wat in strijd is met de Algemene Plaatselijke Verordening en de huurovereenkomst.
Wonen Limburg, de verhuurder, vordert in kort geding ontruiming van de woning wegens deze ernstige tekortkomingen in het huurgedrag. De huurder ontkent de brandstichting en stelt dat de gasfles in zijn woning bedoeld was voor barbecueën. Hij ontkent ook kennis van de seksinrichting.
De kantonrechter acht de verklaringen van wijk- en complexbeheerders en een medewerkster leefbaarheid, alsmede het politieonderzoek en de dreigementen van de huurder, voldoende bewijs voor verdenking van brandstichting. Het verweer dat de brand door onderburen zou zijn gesticht wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs.
De rechter concludeert dat de huurder tekortschiet in zijn verplichtingen als goed huurder en wijst de vordering tot ontruiming toe. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen na betekening en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie dagen wegens verdenking van brandstichting en exploitatie van een illegale seksinrichting.