Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[opposant sub 1] ,
[opposante sub 2],
1.[geopposeerde sub 1] ,
[geopposeerde sub 2],
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding met 15 producties;
- het verstekvonnis met zaaknummer/rolnummer C/03/259267 / HA ZA 19-25 van 27 februari 2019 gewezen tussen thans geopposeerden als eisers en thans opposanten als gedaagden;
- de verzetdagvaarding van opposanten met negen producties;
- de zijdens [geopposeerden] op de comparitie genomen akte met producties 16 en 17;
- het proces-verbaal van comparitie van 22 augustus 2019.
2.De feiten
dateert de huidige garage (wellicht niet in zijn huidige vorm) reeds uit 1784! Gelet op de in veldbrand uitgevoerde straatgevel is het zeer aannemelijk dat ten tijde van de realisatie van het woonhuis(noot Rb: op pag. 5 vermeldt dit rapport dat volgens de BAG het bouwjaar 1993 is)
op dit adres ook de garage is verbouwd/vergroot. De straatgevel is daarbij zeker gehandhaafd; de overige constructie elementen zijn destijds aangebracht/toegevoegd.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Indien partijen bij de schriftelijke vastlegging van hun overeenkomst gebruikmaken van een standaardakte waarin een beding voorkomt dat, zoals art. 5.3(Rb: thans art. 6.3)
van de standaard NVM-koopakte, als voorgedrukte verklaring van de verkoper bevat dat de verkochte zaak de feitelijke eigenschappen zal bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn, zal uitgangspunt voor de uitleg van dit beding dienen te zijn dat ‘normaal gebruik’ betrekking heeft op wat daaronder naar gangbaar spraakgebruik wordt verstaan ten aanzien van de grond alsmede van de ten tijde van de verkoop zich daarop bevindende bebouwing.”