Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- het emailbericht van 3 oktober 2019 van [eiser] met producties
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van een Amerikaanse Pit Bully die oorspronkelijk aan gedaagde was geschonken. Eiser stelt dat gedaagde de hond op 25 juni 2018 aan hem heeft geschonken en dat gedaagde de hond onrechtmatig onder zich houdt. Gedaagde betwist dit en stelt dat eiser slechts tijdelijk voor de hond zorgde en dat hij op 5 augustus 2019 afstand heeft gedaan van het eigendomsrecht.
De kantonrechter beoordeelt of met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld wie de eigenaar is. Hoewel whatsappberichten en gedragingen van partijen steun geven aan het standpunt van eiser, is niet weersproken dat eiser op 5 augustus 2019 de hond aan gedaagde heeft meegegeven en daarmee afstand heeft gedaan van eigendom. Dit weegt zwaar mee in de beoordeling.
Het hondenpaspoort en de registratie op naam van eiser bieden geen doorslaggevend bewijs, mede omdat eiser zelf zijn naam erin heeft geschreven zonder overleg met gedaagde. Gezien deze feiten en omstandigheden is onvoldoende zekerheid dat eiser eigenaar is.
Daarom wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van de hond wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van eigendom door eiser.