In deze zaak ging het om een geschil over de verhuur van winkelruimte in Maastricht tussen CBRE DHC Maastricht B.V. als eiseres en HBC Netherlands B.V. als gedaagde. CBRE verzocht de rechtbank Limburg om de zaak te verwijzen naar de rechtbank Den Haag, waar een zusterzaak met een nagenoeg gelijk feitencomplex al aanhangig was.
HBC stemde in met dit verzoek tot verwijzing en voeging zonder verdere mondelinge behandeling in Maastricht. De rechtbank Limburg besloot daarom de zaak te verwijzen naar de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling, waarbij de mondelinge behandeling gepland stond op 12 november 2019.
De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en hield alle verdere beslissingen in zowel het incident als de hoofdzaak aan. Het vonnis werd door rechter J.R. Sijmonsma uitgesproken op 22 oktober 2019.