Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2019:9445

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
23 september 2019
Publicatiedatum
23 oktober 2019
Zaaknummer
7653187 BM VERZ 19-1443
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 798 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht niet-ontvankelijk verklaard tegen bewindvoerder wegens ontbreken belanghebbende

Bij beschikking van 23 mei 2018 is het vermogen van de betrokkene onder bewind gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand. Op 8 maart 2019 is de klager, voormalig bewindvoerder en mantelzorger, ontslagen als bewindvoerder en is een opvolgend bewindvoerder benoemd.

De klager diende een klacht in over het beheer en de communicatie van de nieuwe bewindvoerder. De kantonrechter heeft onderzocht of de klager als belanghebbende in de zin van artikel 798 Rv Pro kan worden aangemerkt om een klacht in te dienen.

Uit de wettelijke definitie volgt dat alleen personen met een directe rechtsbetrekking tot de betrokkene, zoals echtgenoot, geregistreerde partner, andere levensgezel of kinderen, als belanghebbende worden beschouwd. De kantonrechter oordeelt dat de klager, ondanks zijn mantelzorg en voormalige affectieve relatie, niet voldoet aan deze criteria omdat hij niet ingeschreven staat op het adres van de betrokkene en slechts tijdelijk in Nederland verblijft.

Daarom wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Klacht van voormalig levensgezel tegen bewindvoerder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belanghebbendheid.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Team Toezicht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 7653187 BM VERZ 19-1443
BM-nummer: BM 387383
Uitspraakdatum: 23 september 2019

Beschikking naar aanleiding van een klacht

ingediend door:

[klager] ,

wonende te [adresgegevens klager] ,
hierna te noemen: de klager,
tegen:

[bewindvoerder 1] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,

correspondentieadres: [correspondentieadres] ,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
in de zaak van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adresgegevens betrokkene] ,
hierna te noemen: de betrokkene,

de feiten

Bij beschikking van 23 mei 2018, verbeterd bij herstelbeschikking van 26 juni 2018, zijn vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand met ingang van 1 juni 2018 de goederen die (zullen) toebehoren aan de betrokkene onder bewind gesteld. Bij beschikking van 8 maart 2019 zijn de bij beschikking van 23 mei 2018 benoemde bewindvoerders, de heer [bewindvoerder 2] en klager, door de kantonrechter ambtshalve wegens gewichtige redenen ontslagen en is [bewindvoerder 1] tot opvolgend bewindvoerder benoemd.

de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de brief (met bijlagen) van de gemachtigde van klager, ontvangen op 1 april 2019 en van de reactie daarop van de bewindvoerder, ontvangen op 15 mei 2019. Naar aanleiding daarvan heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald op 28 augustus 2019. Op deze zitting zijn verschenen:
  • de klager, bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. M.H.J.M. Stassen, advocaat, kantoorhoudende te Valkenburg aan de Geul,
  • de bewindvoerder, vergezeld van haar collega, [naam collega] .
Vervolgens is de uitspraak bepaald op heden.

beoordeling

Klager klaagt – kort gezegd – over het optreden van de bewindvoerder, waaronder haar (wijze van) communicatie en de wijze van beheer voeren over de goederen van de betrokkene.
De bewindvoerder stelt dat klager zijn klacht op persoonlijke titel heeft ingediend en geen partij meer is omdat hij op 8 maart 2019 door de kantonrechter is ontslagen als bewindvoerder van de betrokkene.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de ‘Aanbevelingen meerderjarigenbewind’ [1] volgt dat een klacht tegen een bewindvoerder kan worden ingediend. Omdat uit deze aanbevelingen niet blijkt wie een dergelijke klacht kan indienen, zal de kantonrechter aansluiting zoeken bij het begrip belanghebbende als bepaald in artikel 798 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv). Artikel 798 lid Pro 1, eerste volzin Rv bepaalt, kort gezegd, dat onder belanghebbende wordt verstaan ‘degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft’. Het tweede lid van artikel 798 Rv Pro breidt in zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap de kring van belanghebbenden uit tot de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel en de kinderen, of bij gebreke van dezen, de ouders, broers en zusters van degene wiens curatele, goederen of mentorschap het betreft.
Naar het oordeel van de kantonrechter behoort klager niet tot de personen die genoemd zijn in artikel 798 Rv Pro. Klager stelt dat hij al vele jaren als mantelzorger voor de betrokkene zorgt. In het verleden was sprake van een affectieve relatie met de betrokkene. Hij is medio 2017 terugverhuisd naar Ierland en verblijft nu afwisselend zes maanden in Ierland, waar hij officieel woont, en zes maanden in de woning van de betrokkene om voor haar te zorgen. In de maanden dat hij in Ierland woont, is er een andere inwonende verzorgster voor de betrokkene, aldus klager.
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van het vorenstaande niet gezegd kan worden dat klager de ‘andere levensgezel’, als bedoeld in artikel 798, lid 2 Rv, is van de betrokkene. Er is immers geen sprake van een affectieve relatie, klager staat niet ingeschreven op het adres van de betrokkene, maar woont in Ierland en daarnaast verblijft klager gedurende zes maanden per jaar niet in de woning van de betrokkene.
Klager zal daarom in zijn klacht niet-ontvankelijk worden verklaard.

beslissing

De kantonrechter:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.F.J. Aalderink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. [2]

Voetnoten

1.Vastgesteld door het LOVCK&T op 7 september 2018, te vinden op rechtspraak.nl.
2.Tegen deze beschikking kan – door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof