ECLI:NL:RBLIM:2019:9573
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens naleving voorwaarden
De rechtbank Limburg behandelde op 16 oktober 2019 de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zes maanden, opgelegd bij vonnis van 13 juni 2018. De veroordeelde was destijds veroordeeld onder de voorwaarde dat hij zich aan algemene en bijzondere voorwaarden zou houden, waaronder meldplicht bij de reclassering en behandeling bij zorgverleners.
Aanvankelijk hield de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden, met name doordat hij onbereikbaar was voor de reclassering. De reclassering kon daardoor geen toezicht houden. Later heeft de veroordeelde zelf contact gezocht met de reclassering en zich gemotiveerd getoond om aan de voorwaarden te voldoen. Hij volgt behandeling bij Kairos en meldt zich regelmatig, ondanks een drukke en verantwoordelijke baan.
De reclassering adviseerde de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, omdat de veroordeelde zich nu voldoende aan de voorwaarden houdt en gemotiveerd is om zijn leven te verbeteren. De rechtbank oordeelde op basis van het voortgangsverslag, het advies van de reclassering en de zitting dat tenuitvoerlegging niet langer opportuun is en wees de vordering af. De opgelegde voorwaarden blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af omdat de veroordeelde zich aan alle voorwaarden houdt.