ECLI:NL:RBLIM:2019:9922
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding erkend ondanks stelling gedwongen huwelijk in Irak
De vrouw verzocht de rechtbank Limburg om de echtscheiding uit te spreken van het huwelijk dat in 1985 in Bagdad, Irak, tussen haar en de man werd gesloten. Hoewel zij stelde dat het huwelijk onder dwang tot stand was gekomen en niet wettelijk was geregistreerd in Irak, was het huwelijk wel ingeschreven in de Nederlandse Basisregistratie Personen. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht had geweigerd de huwelijksakte te wijzigen, omdat het huwelijk volgens hun onderzoek rechtsgeldig was erkend.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was om over de echtscheiding te oordelen en dat Nederlands recht van toepassing was. Vervolgens beoordeelde de rechtbank ambtshalve of het huwelijk in Irak voor erkenning in Nederland in aanmerking kwam, waarbij het Haags Huwelijksverdrag en het Burgerlijk Wetboek werden toegepast. Volgens het Iraakse recht was het huwelijk rechtsgeldig gesloten, ook al was registratie niet verplicht.
De vrouw had onvoldoende feitelijke onderbouwing gegeven voor haar stelling dat zij onder dwang was getrouwd. Gezien haar leeftijd bij het huwelijk, de langdurige samenwoning in Nederland en het ontbreken van aanwijzingen voor dwang tijdens het huwelijk, oordeelde de rechtbank dat er geen reden was om de erkenning van het huwelijk te weigeren. De echtscheiding werd op grond van duurzaam ontwricht huwelijk toegewezen, mede gezien de referteverklaring van de man.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en erkent het Iraakse huwelijk ondanks de stelling van dwang.