Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7
- de mondelinge behandeling ter zitting van 31 oktober 2019.
Rechtbank Limburg
Eiser, de zoon van gedaagde, vordert een contact- en straatverbod omdat gedaagde hem en zijn partner lastigvalt en bedreigt. Eerder was reeds een straatverbod opgelegd voor een jaar, dat gedaagde heeft nageleefd. Na afloop drong gedaagde de woning van eiser binnen en bedreigde hij hem telefonisch met de dood en zwaar lichamelijk letsel.
Eiser woont inmiddels op een nieuw adres dat hij niet wil prijsgeven, waardoor het gevorderde straatverbod niet kan worden toegewezen. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat gedaagde een ernstige inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van eiser en zijn partner, wat een beperking van de contactvrijheid rechtvaardigt.
De rechter wijst daarom het contactverbod toe voor een duur van twee jaar, met een dwangsom van €250 per overtreding tot een maximum van €5.000. Het verzoek tot straatverbod wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een specifiek adres. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Contactverbod voor twee jaar opgelegd wegens ernstige inbreuk en bedreiging, straatverbod afgewezen wegens onbekend woonadres.