Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 november 2019 in de zaak tussen
de Belastingdienst Toeslagen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 november 2019.
Rechtbank Limburg
Eisers, beurspromovendi uit derde landen verbonden aan de Universiteit Maastricht, ontvingen kinderopvangtoeslag die door de Belastingdienst is teruggevorderd omdat zij geen belastbaar inkomen uit arbeid genoten in Nederland. De rechtbank stelde vast dat de voorwaarde uit artikel 1.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet Kinderopvangtoeslag en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) niet was vervuld.
Eisers voerden aan dat het ruime begrip van 'arbeid' in Richtlijn 2005/71 moet worden toegepast en dat het onthouden van kinderopvangtoeslag indirecte discriminatie op grond van nationaliteit oplevert. De rechtbank verwierp deze stellingen en oordeelde dat het begrip arbeid in de Wkkp het ruime begrip van de richtlijn ondervangt en dat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat sprake is van indirecte discriminatie.
De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van belastbaar inkomen is voorbehouden aan de inspecteur en dat eisers geen aangifte inkomstenbelasting in Nederland hadden gedaan. De mogelijkheid om alsnog een beoordeling bij de inspecteur aan te vragen werd door de rechtbank genoemd. De beroepen van eisers werden ongegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen van beurspromovendi uit derde landen tegen de terugvordering van kinderopvangtoeslag worden ongegrond verklaard omdat zij geen belastbaar inkomen uit arbeid in Nederland genieten.