Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(primair)dan wel dat de verdachte medeplichtig aan deze woningoverval is geweest
(subsidiair);
3.De beoordeling van het bewijs
Geld, geld, geld. Ik weet dat jullie geld hebben want jullie hadden een bedrijf.’[slachtoffer 1] heeft voorts verklaard tijdens de overval aan de daders te hebben verteld dat er geen geld in de woning aanwezig was. Er was echter wel een geldbedrag in de woning aanwezig. Dit geldbedrag hadden de bewoners bewaard en weggestopt in een verhuisdoos. Onderin deze verhuisdoos bevond zich een geldkistje, blauw van kleur, met daarin een geldbedrag ter hoogte van € 25.000,-. Bovenop dit geldkistje waren bewust diverse spullen geplaatst, om het geldkistje aan het zicht te onttrekken. Na de overval zagen de bewoners dat dit geldkistje was weggenomen. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat het bedrag van € 25.000,- was verdeeld in een tiental stapels. Deze stapels geld waren samengebonden door middel van elastiekjes. Over de daders heeft [slachtoffer 1] verklaard dat deze een opvallend Limburgs accent hadden. Dit opvallende accent deed haar meteen aan de verhuisploeg denken. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat de verhuisdoos met daarin het geldkistje niet door de verhuizers maar door haarzelf is verhuisd. [3]
badkamer’ op de bewuste doos en er lagen badmatten en een deken op het geldkistje in deze doos. Toch hebben de daders het geldkistje gevonden. [5] [slachtoffer 1] heeft later nog verklaard dat zij op de dag van de verhuizing bij haar dochter is gaan eten. De verhuisdoos met daarin het geldkistje is toen in de keuken blijven staan. [6] Het geld in het geldkistje bestond uit stapels van telkens vijftig briefjes van € 50,-. In 2017 is het geldbedrag voor het laatst geteld. [7]
Ja zijn ook mooie jassen maar zijn zo duur. Is bijna onze huur.’ [14] De verdachte heeft ter terechtzitting als getuige verklaard dat deze jas € 550,- heeft gekost. [15] Op 20 oktober 2018 heeft de verdachte een foto van zijn nieuwe tattoo naar [medeverdachte 1] gestuurd. [16] De verdachte heeft ter terechtzitting als getuige verklaard dat deze tattoo € 160,- of € 180,- heeft gekost. [17]
Ik ga niet meer pleiten’
badkamer’stond en dat deze verhuisdoos zich in een kamer bovenaan de trap aan de linkerkant bevond. De verdachte zou hierbij tegen [medeverdachte 1] hebben gezegd: ‘
Denk aan mij als je dat gedaan hebt’. Het plan was dat de verdachte het precieze adres aan [medeverdachte 1] zou geven, maar omdat de verdachte die week niet meer hoefde te werken bij het verhuisbedrijf heeft [medeverdachte 1] het aan een collega van de verdachte, te weten [getuige] , gevraagd. [medeverdachte 1] heeft naar aanleiding van deze informatie van de verdachte op 1 oktober 2018 een overval op deze woning gepleegd. De verdachte heeft voor het geven van de tip na afloop van de woningoverval tipgeld ontvangen. Op maandagavond, de avond na de overval, is de verdachte dit geld bij [medeverdachte 1] op komen halen. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard bij de woningoverval een geldkistje met daarin een geldbedrag van € 12.500,- te hebben gestolen, waarvan de verdachte € 2.000,- aan tipgeld heeft gekregen. [23]
badkamer’stond en dat deze verhuisdoos in een van de kamers op de bovenverdieping stond. Ook heeft de verdachte verteld dat de bewoners onlangs hun bedrijf hadden verkocht. Omdat de verdachte die week niet meer hoefde te werken bij het verhuisbedrijf was het voor hem niet mogelijk het precieze adres aan [medeverdachte 1] te geven. [medeverdachte 1] heeft dit daarom vervolgens aan [getuige] gevraagd. Bij het geven van bovenstaande informatie heeft de verdachte nog aan [medeverdachte 1] gezegd: ‘
Denk aan mij als je dat gedaan hebt’. De dag na de woningoverval is de verdachte meteen bij [medeverdachte 1] thuis zijn aandeel op komen halen, te weten (nog eens) een geldbedrag van € 2.000,-.
badkamer’ erop en dat de verhuisdoos in een kamer op de bovenverdieping van de woning stond. Ook kreeg [medeverdachte 1] de opdracht snel te zijn en de woning overhoop te halen, zodat de diefstal van de verdachte op 26 september 2018 niet aan het licht zou komen en nergens uit zou blijken dat de daders al wisten waar het geldkistje zich bevond. De avond na de overval heeft de verdachte zijn deel van de buit bij [medeverdachte 1] opgehaald. Dat de verdachte om praktische redenen het precieze adres van de woning niet aan [medeverdachte 1] heeft gegeven doet niets af aan de rol die de verdachte heeft gespeeld. De rechtbank verwijst voor wat betreft die rol ook naar het tapgesprek waarin de verdachte zelf zegt de tipgever te zijn geweest.
zijnwoninginbraak, waar hij ook de zeggenschap over had. De verdachte is voorafgaand aan de diefstal zeer actief betrokken geweest bij de voorbereiding en wijze van uitvoering van de diefstal. Nadat de diefstal gepleegd was, die uitgemond is in een woningoverval, heeft de verdachte zich hiervan niet gedistantieerd, maar is hij, zodra hij kennis nam van het gepleegd zijn van de woningoverval, zijn aandeel gaan ophalen bij [medeverdachte 1] thuis.
Hahaha. Was weer ff werken’. Om 21.28 uur stuurde de verdachte: ‘
Precies maar ik moet delen met [getuige] . Maar heb ik zelf gedaan. Ik riep hem voor op te letten. Kon ook alles alleen pakken. Maar beetje gunnen toch.’ [27]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
gesmoest’, zodat de verdachte een vrijspraak zou kunnen krijgen.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 03/700589-15
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 primair, feit 2 en feit 3 tot een gevangenisstraf van
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van 24.000,00 euro, bestaande uit materiële schade, voor een bedrag van € 11.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 september 2018 en voor een bedrag van € 12.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, in dier voege, dat in zoverre het bedrag ter hoogte van € 12.500,- door een van zijn mededaders geheel of gedeeltelijk is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van deze betalingsverplichting;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 155 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe voor een bedrag van € 638,00 en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, in dier voege, dat in zoverre dit bedrag door een van zijn mededaders geheel of gedeeltelijk is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van deze betalingsverplichting;
- wijst de vordering af voor een bedrag van € 51,80;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 12 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de