ECLI:NL:RBLIM:2020:10453

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 december 2020
Publicatiedatum
28 december 2020
Zaaknummer
C/03/286285 / BZ RK 20/2930
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 WvggzArt. 2:1 Wvggz
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens onvoldoende psychische grondslag

De rechtbank Limburg behandelde op 21 december 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verbleef bij Mondriaan Zorggroep in Maastricht. Betrokkene vertoonde een psychose NAO en borderline persoonlijkheidsstoornis. De crisismaatregel was aanvankelijk opgelegd vanwege het niet naleven van corona- en quarantainemaatregelen.

Tijdens de zitting, die via telehoren plaatsvond vanwege COVID-19, werd vastgesteld dat betrokkene zich niet aan de quarantaine hield, wat volgens de psychiater aanleiding was voor voortzetting van de maatregel om verdere besmetting te voorkomen. De rechtbank oordeelde echter dat voortzetting alleen gerechtvaardigd is bij onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door de psychische stoornis.

De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat het gedrag van betrokkene voortkomt uit haar psychische stoornis en dat dit leidt tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Het enkel voortzetten van de maatregel om besmetting te voorkomen achtte de rechtbank niet proportioneel en niet in lijn met de wetgever's bedoeling.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door de psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Zaaknummer: C/03/286285 / BZ RK 20/2930
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van
21 december 2020van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),
ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende bij Mondriaan Zorggroep, locatie Maastricht,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.C.L.G.J. Ruyters-Stevens, kantoorhoudend te Kerkrade.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 december 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 16 december 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 16 december 2020;
  • de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door psychiater I.J. Decker, d.d. 16 december 2020;
  • de relevante politiemutaties d.d. 17 december 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
Vanwege het Coronavirus (COVID-19) en de maatregelen zoals deze door de overheid worden geadviseerd, behandelt de rechtbank urgente zaken zoals deze zaak door middel van telehoren. Dat wil zeggen dat betrokkene, de advocaat en de andere procesdeelnemers via een video/telefoonverbinding worden gehoord, om besmettingsrisico tegen te gaan. Door of namens betrokkene is hiertegen geen bezwaar gemaakt.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 december 2020 door middel van telehoren. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
  • betrokkene;
  • mr. M.C.L.G.J. Ruyters-Stevens, advocaat van betrokkene;
  • mevrouw [naam psychiater] , psychiater.
1.4.
De officier van justitie is niet gehoord.

2.Beoordeling

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.
2.2.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro verleent de rechter een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel indien naar zijn oordeel ten aanzien van betrokkene de grondslag voor het nemen van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:1 lid 1 Wvggz Pro aanwezig is.
Tevens dient naar het oordeel van de rechter voldaan te zijn aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz Pro en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz Pro, onderdelen a tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz Pro in acht.
2.3.
Uit de overlegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van een psychische stoornis, te weten een psychose NAO gepaard gaand met een borderline persoonlijkheidsstoornis.
2.4.
Ter zitting is gebleken dat betrokkene aanvankelijk vrijwillig in een accommodatie verbleef. Daar is vastgesteld dat betrokkene besmet was met het coronavirus waarna ze in quarantaine is geplaatst. Gebleken is dat betrokkene zich niet aan de corona- en quarantainemaatregelen houdt waardoor voortzetting van de crisismaatregel volgens de psychiater noodzakelijk is om verdere besmetting te voorkomen. Voortzetting van de crisismaatregel is echter slechts gerechtvaardigd wanneer er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit nadeel veroorzaakt. Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken dat de psychische stoornis leidt tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Onvoldoende duidelijk en onvoldoende gemotiveerd is in hoeverre het gedrag van betrokkene – het zich niet houden aan de corona- en quarantainemaatregelen – een gevolg is van haar psychische stoornis. Het enkel voortzetten van de crisismaatregel om verdere besmetting van het coronavirus te voorkomen is naar het oordeel van de rechtbank in de gegeven omstandigheden niet proportioneel en niet in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever.
2.5.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 21 december 2020 mondeling gegeven door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. M. Meuris, griffier, en op 22 december 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.