Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
2.148,00(2,0 punten × tarief € 1.074,00)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen een financieel specialist en de publiekrechtelijke rechtspersoon MER over de vraag of tussen hen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. De financieel specialist stelde dat MER een mondelinge overeenkomst had geaccepteerd op basis van een offerte en dat zij werkzaamheden had verricht waarvoor zij betaling vorderde.
MER voerde verweer en stelde dat de offerte niet was geaccepteerd en dat er geen rechtsgeldige overeenkomst was gesloten. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende feiten en omstandigheden waren gesteld die een overeenkomst konden bevestigen. Er was geen bewijs van acceptatie door een bevoegde vertegenwoordiger van MER en ook uit gedragingen van partijen kon geen overeenkomst worden afgeleid.
De rechtbank concludeerde dat de vorderingen van de financieel specialist daarom moesten worden afgewezen. Daarnaast werd de financieel specialist veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2020 door de rechtbank Limburg te Roermond.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van een overeenkomst en veroordeelt de financieel specialist in de proceskosten.