Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
De rechteroppert de mogelijkheid om een bijzondere curator te benoemen om te kijken wat er speelt en een beter beeld te krijgen van de situatie.
Rechtbank Limburg
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.A.M. van Uum, rechter in meerdere aanhangige familierechtelijke zaken over gezag, verblijf en ondertoezichtstelling van haar kinderen. Het verzoek richtte zich op vermeende partijdigheid van de rechter, onder meer vanwege haar houding tijdens zittingen en het stimuleren van een ondertoezichtstelling.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoekster ontvankelijk was, ondanks het tijdsverloop tussen de zittingen en het verzoek. De samenhang van de verschillende procedures rechtvaardigde dit. Uit het proces-verbaal bleek dat de rechter zowel verzoekster als haar ex-echtgenoot de gelegenheid gaf zich uit te spreken, en dat verzoekster steeds werd bijgestaan door een advocaat.
De vermeende partijdigheid werd niet bevestigd. De wrakingskamer stelde vast dat de suggestie dat de rechter de ondertoezichtstelling zou hebben gestimuleerd onjuist was; dit initiatief kwam van de advocaat van de ex-echtgenoot en de raadsvertegenwoordiger. Ook andere gedragingen van de rechter werden niet als partijdig beoordeeld. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.