Uitspraak
RECHTbANK Limburg
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.Preliminair verweer
zo spoedig mogelijkdoch uiterlijk twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg bij de rechtbank aanhangig dient te worden gemaakt.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 11 februari 2020 het preliminaire verweer in een zaak waarin het Openbaar Ministerie een ontnemingsvordering had ingediend tegen betrokkene, veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf in 2017.
De ontnemingsvordering werd ingediend op 16 december 2019, ruim na het sluiten van het financieel onderzoek in juni 2012 en ruim na het vonnis van december 2017. De verdediging stelde dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het late tijdstip van indiening, waardoor het verdedigingsbelang en het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) werden geschaad.
Het OM erkende de overschrijding maar verwees naar jurisprudentie waarin dergelijke overschrijding niet leidt tot niet-ontvankelijkheid. De rechtbank oordeelde echter dat de vordering niet 'zo spoedig mogelijk' was ingediend zoals vereist in artikel 511b Sv, ondanks dat de uiterste termijn van twee jaar niet was overschreden.
De rechtbank verklaarde het OM daarom niet-ontvankelijk, waarbij zij benadrukte dat de vertraging niet aan betrokkene te wijten is maar aan politieke bezuinigingen binnen de justitiële keten. De overige argumenten van de verdediging werden niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in haar ontnemingsvordering wegens het niet 'zo spoedig mogelijk' indienen van de vordering.