Eiser vroeg een tegemoetkoming in planschade aan vanwege de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg op korte afstand van zijn woning. Verweerder wees dit verzoek af met het argument dat eiser het risico op verslechtering van de planologische situatie bij aankoop actief had aanvaard, gebaseerd op het Streekplan Zuid-Limburg 1977 waarin een mogelijke weg was ingetekend.
Eiser voerde aan dat het tracé in dat plan te ver van zijn woning lag en dat latere streekplannen uit 1987 en 1991 dit plan niet meer bevatten, waardoor de voorzienbaarheid was doorbroken. De rechtbank oordeelde dat een redelijk denkend en handelend koper alleen kennis hoeft te nemen van het meest recente concrete beleidsvoornemen ten tijde van de aankoop, hier het Streekplan 1991, waarin geen weg nabij de woning was ingetekend.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat verwezen mocht worden naar een niet-openbaar stuk uit 1985 en een latere verkeersstudie uit 1998. De actieve risicoaanvaarding kon daarom niet worden aangenomen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.