ECLI:NL:RBLIM:2020:1886
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs valsheid notariële akte over koopprijs
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het medeplegen van het laten opnemen van een onjuiste koopprijs in een notariële leveringsakte van een pand te [plaats]. De zaak kende een langdurige procedure, waarbij het openbaar ministerie aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar het hof dit vernietigde en terugverwees naar de rechtbank.
Tijdens de inhoudelijke behandeling in november 2019 en maart 2020 ontbrak de verdachte zelf bij de zittingen, maar werd hij vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw. De officier van justitie eiste bewezenverklaring, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs en het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet.
De rechtbank overwoog dat de koopprijs van 172.500 euro reëel was, onderbouwd door informatie van de Bank of Scotland over een executieverkoop en biedingen. Verdachte stelde dat er een afspraak was over een zwarte betaling, maar dit werd ontkend en onvoldoende bewezen geacht. Bovendien speelde de medeverdachte een dubieuze rol met valse documenten en hennepteelt. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer op 9 maart 2020 te Roermond.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat de koopprijs in de notariële akte valselijk is opgenomen.