Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- 16 augustus 2003: 2.000 euro;
- 20 augustus 2003: 5.000 euro;
- 16 oktober 2003: 2.500 euro;
- 3 november 2003: 2.000 euro.
- verdachte is door [naam 1] benaderd in een café met de vraag of zij geld wilde verdienen;
- [naam 1] heeft verdachte verzocht om op papier een pand te kopen en door te verkopen, waarmee zij 2.000 euro zou verdienen;
- verdachte is op aanwijzen van [naam 1] op een afgesproken tijdstip naar de door hem aangegeven notaris gegaan;
- verdachte heeft nooit een hypotheek afgesloten voor de aankoop van het pand;
- verdachte heeft vervolgens twee leveringsakten getekend in verband met de aan- en verkoop van het pand aan de [adres 2] , wetende dat zij het in werkelijkheid niet in haar bezit zou krijgen en de kooprijs niet zou betalen;
- de overwaarde van deze transactie is uitgekeerd op de rekening van verdachte;
- vervolgens heeft zij wederom op aanwijzen van [naam 1] vier keer contante bedragen met een totaal van 11.500 euro opgenomen van haar rekening en overhandigd aan [naam 1] .
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
geen straf of maatregelwordt opgelegd;