Uitspraak
.
14.Het beroep is ongegrond.
15.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2020.
Rechtbank Limburg
Eiser, eigenaar van een appartement met dakterras en berging, betwistte de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld op €208.000,- per 1 januari 2018. Hij voerde aan dat de verkoopcijfers van vergelijkingspanden onjuist zijn gebruikt, omdat daarin de reserves van de Vereniging van Eigenaren (VvE) niet zijn uitgesloten, en dat de waarde op basis van inhoud in plaats van oppervlakte moet worden bepaald.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatierapport van een gediplomeerd WOZ-taxateur, waarin vergelijkingspanden zijn opgenomen die rond de waardepeildatum zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelde dat de gehanteerde vergelijkingspanden passend zijn en dat de correctie voor de VvE-onderhoudsreserves adequaat is toegepast, conform jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Den Haag.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de waarde op basis van oppervlakte moet worden bepaald, aangezien de waarderingsinstructie dit niet voorschrijft. Ook concludeerde de rechtbank dat de onderhoudsreserves niet zodanig afwijken dat een extra correctie op de verkoopprijs nodig is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling van €208.000,- wordt ongegrond verklaard.