Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
primair). Hierbij stelt de rechtbank voorop dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat dat de verdachte daadwerkelijk de intentie had om [Slachtoffer 1] van het leven te beroven. Dit neemt echter niet weg dat de verdachte door zijn gedragingen in voorwaardelijke zin opzet heeft gehad op de dood van [Slachtoffer 1] . Van voorwaardelijk opzet is sprake wanneer willens en wetens de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat door een bepaald handelen een bepaald gevolg intreedt.
op 26 december 2018 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [Slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [Slachtoffer 1] met een mes in het bovenlichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 26 december 2018 in de gemeente Heerlen, opzettelijk en wederrechtelijk een dier, te weten een hond, toebehorende aan [Slachtoffer 2] , heeft beschadigd, door die hond meermalen met een mes te steken, waardoor die hond diverse letsels heeft opgelopen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
geheeluitsluiten, zodanig dat ontslag van alle rechtsvervolging zou moeten volgen.
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De voorlopige hechtenis
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 1] , wonende te Heerlen, volledig toe en veroordeelt de verdachte mitsdien om aan hem te betalen een bedrag van € 6.715,36 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 december 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag bestaat uit een bedrag van € 1.715,36 aan vergoeding van materiële schade en een bedrag van € 5.000,00 aan vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 2] , wonende te Heerlen, gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien om aan [Slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 75,50 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 december 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- verklaart [Slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
hij op of omstreeks 26 december 2018 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [Slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [Slachtoffer 1] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in het sleutelbeen, althans in het (boven)lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
(art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
(art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
(art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 26 december 2018 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [Slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, stekende en/of snijdende en/of prikkende beweging(en) heeft gemaakt, naar, althans in de richting van, het lichaam van die [Slachtoffer 2] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
(art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
- met een groot mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, stekende en/of snijdende en/of prikkende beweging(en) te maken, naar, althans in de richting van, het lichaam van die [Slachtoffer 2] en/of
- (daarbij) die [Slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Ik maak jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
(art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 26 december 2018 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een dier (te weten een hond), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door die hond meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te steken en/of te snijden en/of te prikken, waardoor die hond diverse letsels heeft opgelopen;
(art 350 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht)