Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Hallo jongen’en vroeg ‘
Heb je blok?”.[slachtoffer] zei dat hij geen blok of drugs had, maar hem wel kon voorstellen aan mensen die dat wel hadden. [slachtoffer] hoorde opeens een schot, waarna hij zijn rechterbeen niet meer voelde. Hij viel door dit schot op de grond. Hij zag dat de mannen opeens grote revolvers en wapens hadden. Hierna werd [slachtoffer] geslagen en er werd tegen hem gezegd: “
Er is drugs van ons gestolen, jullie hebben drugs van ons gestolen” en “
Jij gaat nu dood, jij hebt iets gehoord hier, er is vijf kilogram gestolen”. De twee andere mannen sloegen en schoten ook op [slachtoffer] en er werd op zijn hoofd gericht. [slachtoffer] bleef heen en weer bewegen terwijl hij op de grond lag, om de kogels te kunnen ontwijken. Opeens kwamen er nog twee personen tevoorschijn, ook allebei met een wapen. Een van deze twee personen kent de verdachte onder de bijnaam [bijnaam 1] . Zijn echte naam is [naam 1] en hij komt uit [S.] . Hij is ongeveer 27 jaar oud. Hij is slank, heeft een dikke neus, kort zwart haar, een stoppelbaard, ongeveer 1.90 meter lang, heeft een Koerdisch uiterlijk en hij had witte uitslag op de linkerzijde van zijn kin. Hij zei tegen [slachtoffer] :
“Jij hebt bij mij ingebroken in Maasmechelen op de [straatnaam 1] ”en “
Er is ingebroken bij mij en er is vijf kilogram bruin gestolen”. [bijnaam 1] begon te schieten en richtte daarbij op de borst van [slachtoffer] . De andere man kent [slachtoffer] onder de bijnaam [bijnaam 2] . De kale richtte vervolgens zijn wapen op [slachtoffer] en vroeg hem of hij moslim was en zei: “
Jij gaat vandaag dood”. Terwijl [bijnaam 1] en [bijnaam 2] op [slachtoffer] aan het schieten waren, riep een van de mannen: “
flikken, flikken, flikken”. [slachtoffer] lag op dat moment op de grond en kon niet opstaan, omdat hij in zijn been was geschoten. [bijnaam 1] schoot op dat moment nog een keer op [slachtoffer] . De drie mannen die [slachtoffer] niet kende, liepen als eerste de loods uit, daarna [bijnaam 1] en uiteindelijk verliet ook [bijnaam 2] de loods. [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat toen hij aankwam, hem een auto opviel: een zwarte of blauwe stationcar, een nieuwer model met Duits kenteken met de eerste twee letters WI voor Wiesbaden. Het leek een huurauto. Over het schieten heeft [slachtoffer] verklaard dat de drie personen eigenlijk tegelijkertijd schoten. Ze hadden een grote zilverkleurige revolver. In totaal waren er twee of drie revolvers, de mannen wisselden gedurende het gebeuren wapens uit. Ze hadden in ieder geval nog een zwarte revolver en een zwart pistool. [4]
- een verwonding onder het rechteroog
- een deels ontbrekende wijsvinger aan de rechterhand. Het laatste en middelste kootje zijn verdwenen. Bij de operatie op 12 januari 2017 is deze vinger deels geamputeerd;
- schotverwondingen in het linkerbeen (midden voorzijde) en in het rechterbeen (binnenzijde bovenbeen en onder de rechterknie).
Allah Akbar, zeg dat je moslim bent”en er werd gescholden. [12]
‘Het enige wat ik wil zeggen is dat toen ik in die loods was, ik een alarmpistool bij me had”. Op nadere vragen heeft hij geen antwoord willen geven.
[telefoonnummer 1]werd pas actief op 11 januari 2017 en straalde om 16:31 uur op de mast aan de [adres 3] te Maastricht. Het nummer heeft vervolgens tot 19:25 uur masten in Maastricht aangestraald en heeft tot dan alleen contact met het telefoonnummer
[telefoonnummer 2], welk nummer door de politie aan [medeverdachte 1] wordt toegeschreven. [26] Uit de printlijsten blijkt dat vanaf 19:25 uur tot 21:31:37 uur in totaal 24 contactmomenten tussen dit telefoonnummer en het telefoonnummer dat aan [medeverdachte 1] zou toebehoren, hebben plaatsgevonden. [27] Vanaf 20:22 uur straalt het telefoonnummer
[telefoonnummer 1]een eerste contact plaats met het bij de politie bekende telefoonnummer van [betrokkene 3] , zijnde de persoon die door de politie in de buurt van de plaats delict is aangehouden. Beide nummers bevinden zich dan op de mast van de plaats delict. Er is nogmaals contact om 21:15 uur en 21:18 uur. Om 21:20 uur volgt nog een poging tot contact, maar het toestel van [betrokkene 3] is dan uit. Hij is dan immers al aangehouden door de politie. [28]
[telefoonnummer 1]bevindt zich tot 21:24 uur op de plaats delict. De eerstvolgende aangestraalde mast is vervolgens die om 21:31 uur in Sittard. Het toestel probeert dan wederom opnieuw te bellen met het telefoonnummer dat door de politie aan [medeverdachte 1] wordt toegeschreven. Daarna wordt het telefoonnummer
[telefoonnummer 1]niet meer gebruikt. De politie heeft hieruit geconcludeerd dat dit nummer kennelijk alleen is gebruikt voor communicatie met betrekking tot het schietincident. [29]
- dit telefoonnummer heeft die avond contact gehad met het telefoonnummer van [betrokkene 3] . Uit analyse van de printgegevens van bij de politie bekende telefoonnummers van de verdachte blijkt dat hij – als enige – in het verleden eerder contact met [betrokkene 3] heeft gehad;
- het telefoonnummer was voor een eerste keer actief op de mast [adres 3] te Maastricht. Dit is vlakblij de woning van de vader van [naam 3] , zijnde de partner van de verdachte.
[telefoonnummer 2]heeft zich op 11 januari 2017 tot 12:15:01 wellicht onder Belgisch netwerk bevonden. Vanaf 12:39 uur is het telefoonnummer actief op het Nederlands netwerk. Tussen 12:39 uur en 15:01 uur heeft het telefoonnummer zich opgehouden in Heerlen, waarop het mogelijk om 13:05 uur op de plaats delict is geweest. Ook om 14:15 uur is dit telefoonnummer mogelijk op de plaats delict aanwezig geweest. Op dit laatste tijdstip is er contact geweest tussen dit nummer en een nummer dat op naam van de broer van [getuige 1] staat geregistreerd. Vervolgens valt het nummer tussen 15:19:34 uur en 20:10:59 uur weer onder het bereik van het Belgisch netwerk. Vanaf 20:21:16 uur valt het nummer weer onder Nederlands netwerk. Uit de printlijsten blijkt dat vanaf 19:25 uur tot 21:31:37 uur in totaal 24 contactmomenten tussen dit telefoonnummer en het telefoonnummer dat aan [verdachte] zou toebehoren, hebben plaatsgevonden. Tussen 20:38 uur en 21:04 is het nummer onder bereik van de zendmast van de plaats delict. Om 21:09 uur is vervolgens bij 112 een van de meldingen van de schietpartij binnengekomen. [34] Na het schietincident heeft het telefoonnummer zich vanaf ongeveer 21:11 uur verplaatst, vanaf de plaats delict richting de Belgische grens in Stein. Om 21:24:16 uur straalt het telefoonnummer een mast aan in de omgeving van de Belgische grens bij Stein. [35]
- dit telefoonnummer heeft als enige van de potentiële telefoonnummers van verdachten contact gehad met het nummer dat geregistreerd staat op naam van de broer van [getuige 1] . Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] een klant was van de autogarage van de broers [getuige 1] ;
- dit telefoonnummer heeft contact met een telefoonnummer dat in gebruik is bij een persoon genaamd [betrokkene 5] . Uit de getuigenverklaring van [getuige 1] blijkt, dat wanneer hij [medeverdachte 1] moet spreken, hij hem kan bereiken via [betrokkene 5] , zijnde [betrokkene 5] ;
- dit telefoonnummer heeft veel contact met bekende telefoonnummers van
[telefoonnummer 2]op 11 januari 2017 bij de verdachte [medeverdachte 1] in gebruik is geweest. De rechtbank wijst dan met name op het gegeven dat de tijdstippen waarop dit nummer mogelijk op de plaats delict is geweest op 11 januari 2017 passen bij de verklaringen van [getuige 1] en [medeverdachte 1] , inhoudende dat [medeverdachte 1] die dag meermalen in de loods is geweest, waaronder om 14.00 uur die middag. Ook betrekt de rechtbank in haar oordeel het gegeven dat [betrokkene 5] en een telefoonnummer dat op naam van de broer van [getuige 1] staat geregistreerd, contacten van dit telefoonnummer zijn. Bovendien heeft dit telefoonnummer rondom het tijdstip van het tenlastegelegde feit (in december 2016 en januari 2017) contact met een telefoonnummer dat destijds op naam stond van een persoon genaamd [betrokkene 6] . [betrokkene 6] heeft telefonisch verklaard [medeverdachte 1] , die woonachtig is in België, te kennen en dat het goed mogelijk is dat beiden in december 2016 en januari 2017 telefonisch contact hebben gehad. [38]
[telefoonnummer 1]en
[telefoonnummer 3]op 11 januari 2017 bij de verdachte in gebruik zijn geweest. Ten aanzien van het telefoonnummer
[telefoonnummer 1]wijst de rechtbank op de vele contactmomenten die avond met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] . Wanneer [medeverdachte 1] op dit nummer geen gehoor krijgt, belt hij vrijwel onmiddellijk het telefoonnummer
[telefoonnummer 3], kennelijk met de bedoeling de verdachte te bereiken. Dat dit laatstgenoemde nummer aan de verdachte toebehoorde leidt de rechtbank, zoals hiervoor besproken, af uit het IMEI-nummer van het toestel waarin dit telefoonnummer zat, namelijk de iPhone 7 met IMEI-nummer eindigend op * [nummer] , waarvan het doosje in de woning van de partner van de verdachte is aangetroffen, alwaar de verdachte verbleef.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 subsidiair tot een gevangenisstraf van 5 jaren,
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , vertegenwoordigd door mr. C.A. Bouw, van een bedrag van 5.169,- euro, bestaande uit materiële schade ad 169,00 euro en immateriële schade ad 5.000 euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van 5.169,- euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;