ECLI:NL:RBLIM:2020:2520

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 maart 2020
Publicatiedatum
31 maart 2020
Zaaknummer
C/03/275761 kg za 20-110
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:8 BWArt. 254 RvArt. 256 RvArt. 257 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering curator tot faillietverklaring wegens constitutief karakter kort geding

De curator in het faillissement van Machinefabriek Bosserveld B.V. vordert in kort geding dat meerdere gedaagden worden veroordeeld om uiterlijk 23 maart 2020 een eigen faillissementsaanvraag in te dienen voor een vennootschap die eigenaar is van activa die Bosserveld gebruikt. De curator stelt dat dit noodzakelijk is om een doorstart van Bosserveld mogelijk te maken, omdat potentiële kopers alleen geïnteresseerd zijn als de activa eigendom van Bosserveld worden.

De gedaagden, waaronder bestuurders en aandeelhouders, voeren verweer en betwisten het spoedeisend belang en de geschiktheid van de zaak voor kort geding. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang wel aanwezig is, gezien de dreiging van verkoop van activa en het risico voor de dertig werknemers.

Echter, de voorzieningenrechter wijst de vordering af omdat het gevorderde leidt tot een constitutief vonnis dat onomkeerbare gevolgen heeft, namelijk het faillissement van de vennootschap. Dit is niet verenigbaar met het voorlopige karakter van het kort geding en in strijd met artikel 257 Rv Pro. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van de curator tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens het constitutieve karakter van het gevorderde oordeel.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/275761 / KG ZA 20-110
Vonnis in kort geding van 30 maart 2020
in de zaak van
[eiser]in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
Machinefabriek Bosserveld B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eiser,
advocaat [eiser] te Maastricht,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 1]
gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
verschenen bij monde van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 6] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 2]
gevestigde en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
verschenen bij monde van [gedaagde sub 3] ,

3 [gedaagde sub 3]

wonende te [woonplaats 1] ,
gedaagde,
verschenen in persoon,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 4]
gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 3] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.A.M. Golsteijn te Maastricht,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 5]
gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 4] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.A.M. Golsteijn te Maastricht,

6 [gedaagde sub 6]

wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.A.M. Golsteijn te Maastricht.
Partijen worden hierna de curator, [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 17 maart 2020 met producties 1 t/m 6,
  • de e-mail van de curator van 17 maart 2020 met producties,
  • de e-mail van mr. Golsteijn van 18 maart 2020,
  • de e-mail van mr. Golsteijn van 19 maart 2020,
  • de mondelinge behandeling, gehouden op 19 maart 2020,
  • de pleitaantekeningen van de curator,
  • de ter zitting door de curator overgelegde e-mail,
  • de ter zitting door mr. Golsteijn overgelegde e-mail.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde sub 2] , bestuurd door [gedaagde sub 3] , en [gedaagde sub 5] , bestuurd door [gedaagde sub 6] , houden ieder 50 % van de aandelen in [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 1] wordt bestuurd door [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 4] . [gedaagde sub 4] wordt bestuurd door [gedaagde sub 6] . [gedaagde sub 1] is voor 100 % aandeelhouder van Bosserveld. Bosserveld wordt bestuurd door [gedaagde sub 2] .
2.2.
[gedaagde sub 1] is eigenaar van alle machines, voertuigen en inventaris (verder: de activa) waar Bosserveld gebruik van maakt. Bosserveld is voor dit gebruik een maandelijkse vergoeding verschuldigd van € 7.750,- exclusief BTW.
2.3.
Bosserveld is door deze rechtbank bij beschikking van 10 maart 2020 (faillissementsnummer 03/20/75 F) onder intrekking van de surseance van betaling in staat van faillissement verklaard. Bij deze beschikking is [eiser] tot curator aangesteld (productie 1 bij dagvaarding).
2.4.
De Ontvanger van de belastingdienst (verder: de Ontvanger) heeft executoriaal beslag gelegd op de activa. De belastingdienst heeft een veiling van deze activa aangekondigd voor 26 maart 2020. In verband met het corona-virus is deze veiling uitgesteld.

3.Het geschil

3.1.
De curator vordert - na wijziging eis - dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6] voornoemd ieder voor zich te veroordelen om uiterlijk 23 maart 2020 te 12.00 uur een eigen aangifte tot faillietverklaring van [gedaagde sub 1] te hebben ingediend bij de bevoegde rechtbank,
zulks op straffe van een dwangsom van € 100.000,-- zegge eenhonderdduizendeuro voor iedere dag dat iedere gedaagde in gebreke blijft om na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan deze veroordeling te voldoen,
met veroordeling van [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 4] , [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6] in de kosten van dit geding daaronder uitdrukkelijk begrepen de nakosten ten bedrage van € 131,--, zonder betekening en € 199,--, in geval van betekening, zulks met bepaling dat ieder van gedaagden daarover de wettelijke rente verschuldigd is wanneer hij deze niet binnen veertien dagen na de uitspraak van het in deze te wijzen vonnis heeft voldaan.
3.2.
[gedaagde sub 6] handelt, zowel in persoon als bestuurder en als aandeelhouder, in strijd met artikel 2:8 BW Pro dan wel onrechtmatig jegens de boedel als de gezamenlijke crediteuren (waaronder de werknemers) van Bosserveld door niet mee te werken aan het faillissement van [gedaagde sub 1] , aldus de curator. Derden, waaronder [gedaagde sub 3] , zijn geïnteresseerd in overname en daarmee in een doorstart van Bosserveld, maar alleen wanneer de activa tot de eigendom van Bosserveld gaat behoren. Overdracht van de activa kan enkel worden gerealiseerd door [gedaagde sub 1] failliet te laten gaan. Met het faillissement van [gedaagde sub 1] vervalt het door de Ontvanger gelegde executoriale beslag en kunnen de activa aan Bosserveld worden verkocht en geleverd. De curator stelt zich op het standpunt dat [gedaagde sub 1] gezien de grote schulden en het gebrek aan middelen zo goed als failliet is. [gedaagde sub 3] noch [gedaagde sub 6] hebben belang bij het voort laten bestaan van [gedaagde sub 1] .
3.3.
[gedaagde sub 3] stelt ter zitting dat hij in persoon en als bestuurder en aandeelhouder zal meewerken aan het faillissement van [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 6] voert in persoon en als bestuurder en aandeelhouder verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.
De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient te worden beantwoord aan de hand van een afweging van belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak (zie bv. HR 22 november 2002, NJ 2003/78). Het ligt op de weg van de eisende partij om het spoedeisend belang te onderbouwen (zie HR 23 april 1982, NJ 1982/523).
4.2.
De curator stelt dat, hoewel de openbare veiling is uitgesteld, niet valt uit te sluiten dat deze activa anderszins - bijvoorbeeld door internetverkoop - door de Ontvanger wordt verkocht. Er dient snel duidelijkheid te komen over de mogelijkheid tot verwerving van de activa, omdat dit nauw samenhangt met een eventuele doorstart van Bosserveld. Potentiële kopers van Bosserveld zijn alleen geïnteresseerd in overname wanneer de activa door Bosserveld in eigendom wordt verkregen, en zij haken af wanneer hier niet snel duidelijkheid over wordt verkregen. Bosserveld heeft dertig werknemers en die dreigen dan op straat te komen te staan.
4.3.
[gedaagde sub 3] deelt het standpunt van de curator, terwijl [gedaagde sub 6] stelt dat er geen sprake is van enig spoedeisend belang mede doordat de veiling in ieder geval op korte termijn geen doorgang zal hebben waardoor Bosserveld van de activa gebruik kan blijven maken. [gedaagde sub 6] heeft ter zitting erkent dat er op dit moment dertig medewerkers voor Bosserveld werken die bij het uitblijven van een doorstart zonder werk komen te zitten.
4.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de curator een spoedeisend belang heeft bij beoordeling van het gevorderde in kort geding (artikel 254 Rv Pro). De voorzieningenrechter acht het doorslaggevend dat potentiële kopers van Bosserveld - hetgeen niet is betwist - afhaken wanneer er geen duidelijkheid komt omtrent de activa, hetgeen tot gevolg zal hebben dat de dertig medewerkers op straat komen te staan.
De vordering
4.5.
Artikel 256 Rv Pro schrijft voor dat als de voorzieningenrechter oordeelt dat de zaak niet geschikt is om in kort geding te worden beslist, zij de gevraagde voorziening weigert. Een zaak is niet geschikt wanneer toewijzing leidt tot een constitutief vonnis. Een constitutief oordeel verdraagt zich immers niet met het voorlopige karakter van het kort geding en komt in strijd met artikel 257 Rv Pro, inhoudende dat een beslissing in kort geding geen nadeel mag toebrengen aan de zaak ten principale.
Van een constitutief vonnis is sprake wanneer door het vonnis een onvoorwaardelijk en permanente rechtstoestand gaat gelden. Bij toewijzing van het gevorderde - waarbij de voorzieningenrechter nadrukkelijk in het midden laat of een dochter BV de aandeelhouders van de moeder BV kan houden tot het aanvragen van het faillissement van de moeder BV - leidt met zodanige zekerheid bijna rechtstreeks tot het faillissement van [gedaagde sub 1] . Dat is een zodanig onomkeerbaar gevolg dat de vordering daarom moet worden afgewezen.
4.6.
De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat de zaak zich niet leent voor behandeling in kort geding, en wijst het gevorderde af.
4.7.
De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
De proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] worden tot op heden begroot op € 656,- (griffierecht).
De proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 6] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] worden tot op heden begroot op € 1.289,- (€ 656,- griffierecht en € 633,- aan advocaatkosten)
De proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] wordt tot op heden begroot op nihil, daar [gedaagde sub 1] ter zitting door zowel [gedaagde sub 4] in de persoon van [gedaagde sub 6] als [gedaagde sub 3] is vertegenwoordigd, en voor [gedaagde sub 1] niet separaat griffierecht zal worden geheven.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] , tot op heden begroot op € 656,-,
5.3.
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 6] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] tot op heden begroot op € 1.289,- ,
5.4.
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] tot op heden begroot op nihil,
5.5.
verklaart hetgeen de proceskostenveroordelingen zoals opgenomen onder 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J.H. Hoofs en in het openbaar uitgesproken op
30 maart 2020.