Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.De procedure
- de dagvaarding met 4 producties, betekend op 31 januari 2020, aan Staadegaard,
- de dagvaarding met 4 producties, betekend op 31 januari 2020, aan Euregiotrac,
- de incidentele vordering, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie en overlegging producties van Staadegaard en Euregiotrac,
- de mondelinge behandeling op 17 februari 2020 om 10.30 uur,
- de pleitnota van Rodiso
- de pleitnota van Staadegaard en Euregiotrac.
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in voorwaardelijke reconventie
- Rodiso te gebieden toe te staan dat Staadegaard en Euregiotrac op een door hen nader te bepalen werkdag met een vooraankondiging van tenminste drie werkdagen tussen 9.00 uur en 17.00 uur de kraan met gebruikmaking van daartoe geëigende vervoers- takel- en anderen noodzakelijke middelen en mankracht verwijderen, op verbeurte van een dwangsom van
- € 5.000,- per dag, een gedeelte van een dag als gehele dag gerekend, indien Rodiso niet meewerkt aan de verwijdering van de kraan op de dag dat Staadegaard en Euregiotrac hebben aangegeven de betreffende aan (de kantonrechter leest: kraan) te willen (laten) verwijderen, tot aan de dag dat Rodiso alsnog aan de verwijdering van de kraan meewerkt,
- Rodiso te veroordelen in de kosten van de conventionele en voorwaardelijke reconventionele procedures, te vermeerderen met de samengestelde wettelijke vertragingsrente, indien Rodiso deze kosten niet binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis heeft voldaan.