Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2020 op het verzet van
[naam] , opposante
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2020.
Rechtbank Limburg
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de heffingsambtenaar inzake decentrale heffingen en de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de heffingsambtenaar opgedragen een nieuw besluit te nemen. Opposante stelde verzet in tegen de proceskostenvergoeding die de rechtbank had vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat een ongevraagde reactie op het verweerschrift niet als repliek in de zin van artikel 8:43, eerste lid, Awb wordt beschouwd, in lijn met vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechters. De rechtbank wijkt daarmee af van een eerdere uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch die een dergelijke reactie wel als repliek kwalificeerde.
Verder acht de rechtbank geen reden voor een hogere wegingsfactor bij de proceskostenvergoeding, omdat het geschil vooral formele kwesties betreft zoals de hoorplicht. Het verzet richt zich uitsluitend op de proceskostenvergoeding en niet op de hoofdzaak. De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van 10 oktober 2019.
Uitkomst: Het verzet tegen de vastgestelde proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.