ECLI:NL:RBLIM:2020:3645

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
20 mei 2020
Publicatiedatum
15 mei 2020
Zaaknummer
C/03/276611 / HA ZA 20-199
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over onjuiste betekening dagvaarding tijdens coronamaatregelen

In deze civiele zaak bij de rechtbank Limburg stond de vraag centraal of de betekening van de dagvaarding aan de gedaagde rechtsgeldig had plaatsgevonden tijdens de coronamaatregelen.

De rechtbank constateerde dat de dagvaarding in een gesloten enveloppe was achtergelaten met een stempelvermelding die niet voldeed aan de wettelijke eisen van betekening ex art. 47 lid 1 Rv Pro. De rolrechter benadrukte dat er geen officiële maatregel was die het zoeken van contact verbood en dat pakketbezorgers ook tijdens corona in staat zijn documenten persoonlijk af te leveren, mits voorzichtig en op afstand.

De rechtbank handhaafde daarom de eerdere beslissing dat de betekening onjuist was en stelde eiser in de gelegenheid het gebrek te herstellen door de dagvaarding opnieuw en correct aan gedaagde te betekenen, met een oproeping voor de zitting van 3 juni 2020. Alle overige beslissingen werden aangehouden.

Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte betekening, ook in bijzondere omstandigheden zoals een pandemie, en de noodzaak van concrete bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de betekening onjuist was en beveelt eiser het gebrek te herstellen door de dagvaarding opnieuw correct te betekenen.

Uitspraak

rolbeslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/276611 / HA ZA 20-199
Rolbeslissing bij vervroeging van 20 mei 2020
in de zaak van
[eiser],
wonend te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. J.F.E. Kikken,
tegen
[gedaagde],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de rolbeslissing van 29 april 2020
  • het herstelexploot voor de rolzitting van 13 mei 2020.
1.2.
Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen van heden voor rolbeschikking.

2.De beoordeling

2.1.
Eiser is bij rolbeslissing van 29 april 2020 in de gelegenheid gesteld om het gebrek in het exploot aan de gedaagde (betekening ex art. 47 lid 1 Rv Pro in verband met het coronavirus) bij exploot te herstellen op de rol van 13 mei 2020.
2.2.
Het vervolgens uitgebrachte exploot vermeldt in stempelvorm dat het is achtergelaten aan “
voormeld adres in gesloten enveloppe met daarop de vermelding als wettelijk voorgeschreven, omdat ik wegens de door de overheid afgekondigde maatregelen in verband met het zgn. corona virus (covid 19) geen contact heb(zoals “het” wordt gelezen)
kunnen/mogen zoeken met iemand aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten”. De rolrechter kent geen afkondigde maatregel inhoudende dat geen contact mag worden gezocht, zodat deze wijze van betekening alleen al daarom onjuist is. De rolrechter voegt daaraan toe dat de dagelijkse praktijk sinds corona uitwijst dat pakketbezorgers e.d. zonder meer in staat zijn om pakketten in persoon af te leveren. Een en ander gebeurt behoedzaam en voorzichtig en op afstand, maar het lukt om dit op verantwoorde wijze te doen. Het ontgaat de rolrechter waarom voor de uitreiking van een zo belangrijk stuk als een dagvaarding als uitgangspunt niet kan worden gehandeld zoals de pakketbezorgers doen. Concrete bijzondere omstandigheden kunnen dit anders maken, maar die concrete bijzondere omstandigheden moeten worden vermeld in het betreffende exploot.
2.3.
De beslissing van 29 april 2020 blijft derhalve onverkort gehandhaafd (zie ook ECLI:NL:PHR:2020:442).
2.4.
Eiser zal opnieuw in de gelegenheid worden gesteld dit gebrek te herstellen. Eiser dient gedaagde, onder mee betekening van de rolbeschikkingen en aanhechting aan het exploot van de eerder uitgebrachte dagvaarding, opnieuw op te roepen en wel voor de zitting van woensdag 3 juni 2020, onder aanzegging dat zal worden voort geprocedeerd op de oorspronkelijke dagvaarding.
2.5.
Alle overige beslissingen worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 3 juni 2020en beveelt dat deze datum door eiser (op zijn kosten) bij exploot aan gedaagde wordt aangezegd met herstel van het gebrek zoals onder punt 2.1 van de rolbeslissing van 29 april 2020 overwogen is,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken. [1]

Voetnoten

1.type: AH