Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Graaien graaien graaien graaien, daarom vind ik [winkel 2] zo chill, daar heb je weinig camera’s en gewoon pakken pakken pakken.” [10]
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 5]] mee. De dader had een pistool met demper. [slachtoffer 5] zei tegen hem dat het 15 minuten duurde voordat de kluis open kon. Dader 2 stond op de toonbank. [slachtoffer 4] [
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 4]] was door dader 1 met pepperspray in zijn gezicht gespoten en toen op de grond gevallen. Dit was toen [slachtoffer 4] achter [slachtoffer 5] en dader 1 aanliep richting kluis. Toen [slachtoffer 5] in de kluisruimte stond, heeft dader 1 tegen hem gezegd: “Ik schiet, ik schiet”. Ook zei hij: “Open de kluis, open de kluis”. Dader 2 zei: “Kom het duurt veel te lang”. Toen gingen ze weg. Hij heeft de overvalknop ingedrukt. Hij heeft zich echt bedreigd gevoeld en was bang om iets te doen. [20]
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3]] richtte. Dader 2 had een zelfde soort geweer als dader 1, ook met demper. In het kantoortje hield dader 1 zijn geweer op [slachtoffer 5] gericht en riep: “open de kluis, open de kluis!”. [slachtoffer 5] toetste de code van de kluis in en zei dat het 15 minuten duurde. Dader 1 reageerde daar eigenlijk niet op en bleef schreeuwen. Dader 1 zag de beveiligingscamera’s en vroeg toen schreeuwend waar de server was. Daarop heeft [slachtoffer 5] de server van het camerasysteem vanaf het plafond gepakt, waarop dader 1 die server met kabels en al uit zijn handen trok. Na de overval was de server weg. [slachtoffer 5] zag dat dader 1 met een klein spuitbusje naar iets spoot. Hij hoorde [slachtoffer 4] [
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 4]] schreeuwen van pijn. De dader richtte vervolgens zijn geweer op de benen van [slachtoffer 5] en riep: “open de kluis, ik schiet je in je been”. [slachtoffer 5] was bang geweest toen het geweer op hem gericht was. De vuurwapens betroffen pistolen met geluiddempers. [slachtoffer 5] schat dat er € 150,- tot € 250,- in de kassa aanwezig is geweest. [22]
verbatimuitgewerkt, en de rechtbank bezigt, naast het proces-verbaal van het verhoor, uit dat verslag de navolgende passages voor het bewijs: [27]
Verhoorder: Wij nemen aan, we hebben nu wat aanwijzingen dat jij in de nacht dat die die avond van de overval dat jij d’r ook was op de [adres verdachte] , klopt dat?
verbatimuitwerking van zijn verhoor, ondersteunt de herkenning door de verbalisanten. Door de verdediging zijn namens alle drie de verdachten kanttekeningen gemaakt bij de wijze waarop het verhoor van [getuige 1] heeft plaatsgevonden, met als conclusie dat het verhoor wegens het begaan van een vormverzuim van het bewijs moet worden uitgesloten, althans dat het verhoor geen bewijswaarde zou toekomen. De bemerkingen betreffen met name het gegeven dat op enig moment tijdens het verhoor de raadsman van [getuige 1] samen met een van de verhorende verbalisanten de verhoorruimte verlaat. Tijdens de afwezigheid van de advocaat zou de overblijvende verbalisant op oneigenlijke wijze geprobeerd hebben [getuige 1] te bewegen om een voor zijn vader en broer [medeverdachte 3] belastende verklaring af te leggen. Bovendien zou hem informatie in de mond gelegd zijn.
“waar ligt die [slachtoffer 10] eigenlijk”. [medeverdachte 4] antwoordt:
“achter de V&D”. Als ‘ [getuige 6] ’ zegt
“daar kun je niet met een paar man naar binnen lopen hè”, antwoordt [medeverdachte 5] :
“effe kijken. [verdachte] kent die man van daar, dus hij wil daar met [getuige 7] gewoon praten en dan loop ik [onverstaanbaar]. [medeverdachte 4] , kijken als het lukt hè, als hij die man afleidt, wij lopen later naar binnen, misschien lukt het wel.” [69] Daarnaast zijn er gesprekken over de vermomming van [medeverdachte 5] : ze gaat een muts en een bril opzetten in verband met de camera. [70]
“gewoon pakken wat je kan in die winkel, niet gaan zoeken.”[medeverdachte 5] antwoordt:
“doe ik ook niet, maar die hangers moeten ook mee eraf hè, of niet oma.”Vervolgens gaat het gesprek erover dat je het hoort als je een hanger breekt en hoe de winkel eruit ziet: smal, met een loungebank. [71]
“en gelukt”. [medeverdachte 5] :
“ja, 1.”[verdachte] :
“1 jas.”[medeverdachte 5] :
“gepakt wat er hing.”[verdachte] :
“maakt niet uit, … naar huis brengen.”[getuige 6] vraagt welke maat het is. [verdachte] :
10 (…) large.”[verdachte] vraagt of de jas voor hem is. [medeverdachte 5] zegt ja, het is zijn kerstcadeau. [medeverdachte 5] zegt:
“er hingen sowieso niet veel jassen hoor, er hingen maar drie Parajumpers, acht meier hè.” [72] [verdachte] zegt dat hij blij is met de jas. [medeverdachte 5] zegt dat ze echt para werd in die winkel. Het gaat over wanneer [verdachte] de jas krijgt. [medeverdachte 5] :
“Ja, jij bent meegegaan dus eh, maar dan krijgt [medeverdachte 3] iets anders van mij.”[medeverdachte 5] :
“en als ik de winkel uit ben heb ik spijt dat ik niet meer heb gepakt, dat heb ik altijd.” [73] Om 16.35 zegt [medeverdachte 5] :
“je moet eigenlijk [medeverdachte 4] bedanken, zij heeft het gedaan. Ik heb hem erin geduwd, maar zij loopt er altijd mee uit, ik niet.” [74]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
pater familias. Hij was daardoor bij uitstek degene die de mededaders tot de orde had kunnen roepen. In plaats daarvan heeft hij bij de feiten een actieve en zelfs leidende rol gespeeld. Ook dit rekent de rechtbank hem aan.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
- Vernield alarmsysteem € 182,50
- Vernield slot € 108,29
- Gederfde winst € 37.947,00
€ 3.301,08
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het onder 1, 2 primair, 3, 8, 9, 11, 12, 14 subsidiair, 15 subsidiair en 16 ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat onder 1, 2, 3, 8, 9, 11, 12, 14 subsidiair, 15 subsidiair en 16 meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] , van € 1.500,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 30 december 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 2,80;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] , van € 1.575,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 30 december 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] , van € 1.517,80, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 30 december 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
- wijst de vordering van
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- bepaalt dat de benadeelde partij ten aanzien van de post gederfde winst niet-ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor de post immateriële schade af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] Sittard, van € 17.336,91, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 121 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 11 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
- verklaart
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
- verklaart
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
- verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp onder nummer G888858, zoals genoemd in de bijlage;
- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen onder de nummers G889291, G889285 en G888642, zoals genoemd in de bijlage;
- gelast de teruggave aan de veroordeelde van de volgende in beslag genomen voorwerpen onder de nummers G889733, G889736, G889750, G888849, G888957, G898266, G888718, G888720, G888722, G888979, G888899, G888972, G889000, G888867, G888668, G888840, G888847, G888703, G888707, G888712, G888713, G888726, G888730, G888734, G888748, G888760, G888761, G888762, G888767, G888770, G888795, G888800, G888901, G888916, G888936, G888954, G888973, G888980, G888985, G889427, G889542, G889563, G889564, G889577, G889625, G889626, G889627, G889628, G889633, G889642, G889644, G889659, G889665, G889668, G889691, G889699, G889703, G889712, G888814, G888705, G888708, G888711, G888717, G888721, G888723, G888732, G888750, G888756, G888764, G888977, G888981, G888982, G888986, G888987, G888998, G889458, G889557, G889569, G889631, G889634, G889639, G889693, G889705 en G889711, zoals genoemd in de bijlage, aan [verdachte] ;
- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen onder de nummers G888733, G889469, G889535, G889575, G889636, G889637, G889638, G889640, G889658, G889672, G889675, G889678, G889709, G889482, G889491, G889635, G889657, G889660, G889662, G889676, G889698 en G889702, zoals genoemd in de bijlage, aan [slachtoffer 1] ;
- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp onder nummer G888872, zoals genoemd in de bijlage, aan [medeverdachte 7] .