Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] ,
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 18
- de datumbepaling van de zitting door de rechter op 18 mei 2020
- de twee afzonderlijke brieven van mr. Van der Weijst van 19 mei 2020 aan de griffie van
- de mondelinge behandeling ter zitting van 26 mei 2020
- de pleitnota van eisers
- de pleitnota van gedaagden.
2.De feiten
totdat duidelijkheid is verkregen op het op 12 december 2019 bij de rechtbank Limburg, locatie Roermond, ingediende verzoekschrift tot begroting van de nakosten”. Aldus was sprake van een tijdelijk verbod tot executie.
3.Het geschil
4.De beoordeling
onmiddellijkbericht gedaan aan AEGON en/of aan gedaagden. Pas op 30 april 2020 wordt in de middag het beslag doorgehaald. Dan is per partij al viermaal € 17.500,00 verbeurd, dus in totaal
uitwinnenvan het beslag tijdelijk werd verboden. Er is nimmer aan gedaagden meegedeeld dat [eiseres sub 4] , na opheffing van het ten laste van [gedaagde sub 1] (gedaagde sub 1) gelegde beslag, opnieuw daadwerkelijk tot het leggen van beslag zou overgaan. Door of namens [eiseres sub 4] zijn geen executiemaatregelen getroffen, zodat er geen dwangsommen verbeurd zijn. De executoriale derdenbeslagen dienen te worden opgeheven, aldus eisers.