Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Verder verloop van de procedure
- het bericht van de vader van 21 november 2019;
- het bericht van de moeder van 25 november 2019;
- de brief van de raad van 9 januari 2020 met als bijlage het eindverslag BOR van anaCare van 8 januari 2020, ontvangen op 10 januari 2020;
- de reactie op het eindverslag BOR van de vader van 21 januari 2020;
- de reactie op het eindverslag BOR met bijlagen van de moeder van 24 januari 2020;
- de moeder, wegens persoonlijke verhindering vertegenwoordigd door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordigster van de raad.
(noot (kinder-)rechter: de voornaam van de kinderpsycholoog bij Stichting Kinderleven)heeft opgeschreven wat hij vond komt hem niet meer bekend voor, omdat dat van lang geleden is en er wel dingen veranderd zijn. Vroeger vond hij dat de rechter in plaats van zijn vader te verdedigen ook eens een keertje zijn moeder moest verdedigen, maar dat vindt hij nu niet meer. Vroeger wilde hij maar een keer in de maand contact met papa en nu een keer per twee weken, maar wel onder begeleiding. Hij wil niet zonder begeleiding, niet naar het huis van zijn vader en ook niet bij hem slapen, omdat hij hem niet vertrouwt. Hij vertrouwt papa niet omdat die weggelopen was toen hij nog klein was en niets meer van zich liet horen tot hij vier jaar was. [minderjarige] wil een begeleider erbij omdat die dan kan helpen als er iets gebeurt. [minderjarige] heeft geen idee wat er kan gebeuren. “Vroeger dacht ik dat hij me mee kon nemen, dat denk ik niet meer, dat doet hij niet.” [minderjarige] geeft aan dat papa weinig vragen stelt en dat hij niets van hem weet. Hij vindt het raar dat papa niks aan hem vraagt buiten de omgang, bijvoorbeeld hoe het met [minderjarige] gaat als hij ziek is. [minderjarige] geeft dan aan dat hij met papa allemaal sjieke dingen doet, dat ze elkaar een knuffel geven en dat ze samen spelen en springen, een beetje praten, wat drinken en dan afscheid nemen. Samen zijn ze op verschillende plekken geweest, met [medewerker AnaCare] (
noot rechter: medewerkster van anaCare) erbij. Hij wil zijn vader wel vragen stellen, maar als hij vragen heeft moet hij telkens heel veel weken wachten en dan is hij de vragen alweer vergeten. [minderjarige] vertelt dat mama bozig is als ze een gesprek heeft gehad met papa en dat ze dan niet zegt dat ze boos is, maar dat het geen leuk gesprek was. Hij vraagt zich dan af of papa niet leuk heeft gedaan tegen mama. Hij wil graag dat mama blij is. [minderjarige] zegt dat hij snapt dat hij niet de baas is over de manier waarop het contact met papa geregeld wordt en dat de rechter beslist als papa en mama het niet eens worden. Als hij zelf mocht beslissen zou hij bij mama wonen en papa twee keer in de maand willen zien met een begeleider. Hij wil graag beter leren praten met papa, met [medewerker AnaCare] erbij, en geeft dan aan “Iets houdt me tegen, ik weet niet waarom. Ik heb vragen en wil beter leren praten. Ik weet niet of papa en mama nog dingen aan het doen zijn om beter te kunnen praten”.
3.Verdere beoordeling
[minderjarige] geeft aan papa niet voor 100% te vertrouwen. Op de vraag hoe dit komt geeft [minderjarige] aan dat papa dan liever tegen mama moet doen; Op de vraag of [minderjarige] dit dan gezien of gehoord heeft, geeft [minderjarige] aan, nee dat zegt mama, maar dit mag ik niet zeggen van mama; Even later vraagt [minderjarige] om naar het toilet te mogen, in de gang vraagt hij snel aan mama wat hij mag zeggen, mama zegt dat hij alles mag zeggen”;
[minderjarige] vertelt dat moeder eerder heeft aangegeven dat het goed was dat vader en [minderjarige] app contact hebben. Vader geeft aan dat hij dat met mama zal bespreken. Vader benoemt dat [minderjarige] hem alles mag vragen wat hij wil. [minderjarige] vertelt dat hij het niet leuk vindt dat de rechter bepaalt dat hij hele weekenden en hele vakanties naar vader moet. Ik neem over en vraag wat [minderjarige] hiermee bedoelt. [minderjarige] vertelt dat de rechter over zijn leven beslist en hem niet kent. [minderjarige] benoemt dit niet leuk te vinden. Vader geeft aan dat [minderjarige] altijd mag aangeven wat hij wel en niet wil en dat vader hem niet zal dwingen. Vader geeft aan het belangrijk te vinden wat [minderjarige] wil in het contact met vader. [minderjarige] vraagt of hij bij vader thuis mag komen. Vader geeft aan dat hij dit met mama zal bespreken en hier nu geen antwoord op kan geven. [minderjarige] geeft aan dit te begrijpen. [minderjarige] vertelt dat hij in de auto met moeder gesproken heeft over de rechter die hem dwingt om hele weekenden en vakanties naar vader te gaan. [minderjarige] vertelt dat het niet klopt wat hun zeggen. Ik vraag [minderjarige] wat hij bedoelt. [minderjarige] zegt dat moeder hem niet influistert wat hij moet zeggen. Ik vraag wie [minderjarige] met hun bedoelt [minderjarige] geeft aan die vorige instelling waar ik papa gezien heb”