Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam bedrijf],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, alsmede incidentele conclusie houdende exceptie van het ontbreken van rechtsmacht ex art. 11 Rv Pro met drie producties
- de conclusie in het incident.
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure vordert de curator van een failliet bedrijf terugbetaling van € 370.000,- plus € 5.000,- aan buitengerechtelijke kosten van de gedaagde, wegens onverschuldigde betaling. De gedaagde betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechtbank, stellende dat de insolventieprocedure in Duitsland is geopend en dat de Duitse rechter exclusief bevoegd is op grond van Verordening nr. 1346/2000.
De rechtbank oordeelt dat de vordering enkel gebaseerd is op onverschuldigde betaling en niet voortvloeit uit de insolventieprocedure zelf. Daarom is de Nederlandse rechter bevoegd, temeer daar de gedaagde in Nederland woont. De rechtbank veroordeelt de gedaagde in de proceskosten van het incident.
De zaak wordt aangehouden voor een mondelinge behandeling op 15 januari 2021, waarbij partijen hun standpunten nader kunnen toelichten. De curator wordt opgedragen bankafschriften te overleggen ter onderbouwing van de betalingen. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en veroordeelt de gedaagde in de proceskosten van het incident.