Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Procesverloop
- betrokkene;
- de advocaat van betrokkene mr. Van der Koelen;
- de specialist ouderengeneeskunde dr. Dandachi.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 29 mei 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging voor voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 via telehoren plaatsvond, werden betrokkene, haar advocaat en de specialist ouderengeneeskunde gehoord. De rechtbank beoordeelde of voldaan was aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de inbewaringstelling, waaronder het bestaan van ernstig nadeel dat direct dreigt, veroorzaakt door het gedrag van betrokkene als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening, en de noodzakelijkheid en geschiktheid van de inbewaringstelling.
Hoewel eerder sprake was van ernstig nadeel door risico op escalatie thuis, bleek tijdens de zitting dat onvoldoende zicht was op de ernst van de neurocognitieve stoornis. De specialist ouderengeneeskunde stelde dat betrokkene herbelevingen van huiselijk geweld vertoonde, wat agressie veroorzaakte, maar dit was niet objectief vastgesteld. Er was geen ambulante zorg ingezet en alternatieven zoals verblijf bij familie of voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure waren niet onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling een zwaar middel is dat alleen kan worden toegepast bij een ernstig vermoeden dat het ernstige nadeel wordt veroorzaakt door het gedrag van betrokkene. Dit was onvoldoende onderbouwd. Ook ontbraken minder ingrijpende alternatieven. Daarom wees de rechtbank het verzoek af voor de resterende duur van de inbewaringstelling.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.